Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dooden en gekwetsten was ontzettend; doch in plaats dat dit verschrikkelijk voorbeeld tot afschrik diende, spoorde het veeleer de Sassen aan, om hun aanval met verdubbelde woede voort te zetten.

Eindelijk bezweek de poort, en gelijk bij een overstrooming het water met donderend geweld en alles met zich slepende, door den doorgebroken dijk binnen stroomt, zoo ook stroomden de Neder-Sassen de poort binnen, ieder, die het waagde hen in hun vaart te stuiten, vertrappende, tot dat zij eindelijk in het voorportaal kwamen, waar Ridder Lem, geheel alleen, terwijl de anderen op het plat streden, hun den voortgang betwistte.

Daat stond hij, zwaaiende zijn glinsterend slagzwaard en gelijk de rijpe korenaren door de sikkel geveld, aan den voet des landmails nedervallen, zoo viel menig dapper krijger door het alvernielende zwaard des Ridders. — Doch eindelijk moest hij voor de overmacht bezwijken, eene werpspies met forsche hand tegen hem geworpen, kwetste den zoo moedigen Ri'11 t — hij

wankelde »Horsa!" gilde hij met een wanhopigen

kreet, en viel toni neder.

«Ha, ellendige schender der gastvrijheid!" riep Koning Ritsart, «thans zult gij boeten voor den hoon mij aangedaan." Dit zepgende, zwaaide hij zijn geduchte strijdbijl; doch op het oogenblik, dat hij den noodlottigen slag zijn overwi nnen vijand wilde toebrengen, vloog Horsa te voorschijn. //Dood mij dan met hem!" riep zij, zich op den Ridder nederwerpende, wiens lichaam zij met het hare bedekte.

//Verga dan met hem!" riep de Koning, terwijl hij zijn strijdbijl hoog ophief, om meer kracht aan zijn slag te geven.

Sluiten