Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

«En gij, Sicco?"

„Altaue medegaat, ik inedega," zeide hij, ,en Thille ook."

„Welnu dan," sprak Berthold, terwijl hij opstond en Altane's woning verliet, „tot morgen!"

HOOFDSTUK IV.

Sicco, die thans het net van Altane voor den volgenden dag niet behoefde, verliet weinige oogenblikken na Berthold, Altane's woning, en zoodra bevond de vader zich niet met zijn zoon alleen of hij begon:

„Begeef u thans ter ruste, Thille! ik zal indien tijd dan alles voor ons vertrek in gereedheid brengen."

„En waarom kan ik u daarin niet behulpzaam zijn?" vroeg de jongeling.

;/Gij zijt den geheelen dag op zee geweest," sprak de vader, //en zal dus wel vermoeid zijn, gij hebt rust noodig."

„En gij dan?"

,0 ik ben sterk," sprak de vader, de blonde lokken van het voorhoofd zijns zoons strijkende, //ik ben sterk; maar gij, Thille! zijt nog jong; o als u op onze reis eenig leed wedervoere

,/Maar vader!" sprak de jongeling, „ik ken vele jonge lieden; maar nog nooit heb ik gezien, dat een vader zoo bezorgd voor zijn zoon was, als gij voor mij zijt."

Sluiten