Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wij begeeren onze vrijheid, om door onze eigene Koningen geregeerd te worden, en onze eigene wetten te hebben, hetzij gij ons dezelve gewillig schenket, of dat wij dezelve door het zwaard moeten verkrijgen, en u van heden af, niet meer als onzen Heer erkennen, aan wien wij gehoorzaamheid verschuldigd zijn,

of schattingen te betalen."

Hier boog zich de spreker weder voor deu Koning.

en trad in de rij terug.

Vreesselijk was de uitwerking, die deze woorden bij Dagobert te weeg bracht. Bevende van woede, en de handen stijf op elkander geklemd, had hij het gezantschap aangehoord , en toen de spreker geëindigd had, riep hij, zijn drift niet meester:

„Ellendige Saksers! gij durft het wagen, mij die tijding te brengen, heeft uw volk de herhaalde nederlagen vergeten, die zij van de l1 ranken geleden hebben, dat zij aldus durven spreken, en ook de Friezen hebben zich met hen vereenigd; maar, bij God! beiden zullen zij gestraft worden, en mijn zwaard zal bloedig den aangedanen hoon wreken."

//Verkiest gij het zwaard / sprak de Sakser, die het woord gevoerd had, „zoo zijn wij gereed u met het

onze te ontvangen."

„Bij het kruis!" brulde Dagobert, //dat is te veel, en gij, die het gewaagd hebt, met deze tijding voor mijn troon te treden, gij zult uw vermetelheid boeten. Mannen!" riep hij tot de gewapenden, die aan den ingang stonden, //grijpt hen aan, terstond! werpt ze allen het venster uit, of doorsteekt ze voor mijn oogen, opdat niet een van deze zending terugkeere.

Reeds traden de mannen op de ongewapende Sak-

Sluiten