Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Brave inau!" riep Altane, «zweert gij mij dit?"

,/Ja, zeide nogmaals Eligius ,/ja ik zweer u , dat niets hein zal deeren , zoo lang tot dat gij hem weder van mij eischt, zal ik bij hem de plaats van vader vervullen."

//Brave mau!" riep de Fries, wde Goden beloonen u hiervoor, Thille is zijn naam, gij zult hem vinden op de binnenplaats van dit paleis, en met vochtige oogen greep hij de hand des muntmeesters, drukte hem dankbaar, en riep toen uit://Mannen! voert mij thans henen

werwaars gij wilt, Goden! u dank ik dat

mijn zoon veilig is!"

HOOFDSTUK VII.

Thille, die geenzins bij het gezantschap behoorde was het niet geoorloofd zich met hetzelve voor den Koning te vertoonen. Men had hem dus op de binnenplaats achtergelaten, alwaar de jongeling zich eetiige oogenblikkcn verlustigde iu de beschouwing der hooge vensters, prachtige gebeeldhouwde balkons, en in den fraaien dos der pagies, welke zich nu en dan op dizelve vertoonden. Doch eindelijk begon dit alles onzen jongen held te vervelen, en hij zette zich op een steenen bank neder, ten einde dc terugkomst zijns vaders te verbeiden.

Reeds had hij hitr een geruimen tijd gezeten en was bijna door de verveling ingesluimerd, toen hij zich op eens zachtkens op den schouder voelde tikken, en

Sluiten