Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Reeds heb ik een vijftigtal van deze ongelukkigen, wien ik voornemens ben hun vrijheid weder te geven en naar hun vaderland terug te zenden, dezen morgen gekocht. Kom, volg mij, tot dat de tijd, om ons naar de kerk te begeven, daar is, om mij ie helpen in de vervulling van een Christenplicht, door dezen deerniswaardigen gevangenen hun vrijheid weder te geven." Dit zeggende, nam hij den geldbuidel onder den arm, en wendde zijn schreden naar de markt, terwijl Thille hem volgde.

Daar gekomen, zagen zij een onafzienbare menigte menschen y die geboeid in lange rijen op de markt geschaard stonden. Reeds had Eligius er meer dan honderd (1) voor zich gekocht, toen zijn oog op een man van reusachtigen lichaamsbouw viel, die met woeste blikken op zijn gebonden handen staarde.

,/Het lijden van dien man schijnt verschrikkelijk te zijn. Kom Thille! laat ons hem bevrijden," sprak hij den jongeling den bedoelden man met den vinger aanwijzende.

Doch nauwelijks werd de jongeling den man, die des goudsmids opmerkzaamheid getroffen had, gewaar of met den uitroep: «Mijn vader I mijn vader!" vloog hij den gevangene om den hals.

(1) Het getal der Saksers en Friezen, die naar Frankrijk gevoerd werden, was zoo groot, dat zekere Eligius, een beroemd goudsmid en muntmeester des Konings, bekend onder den naam van den Heiligen Eloy, dikwijls twintig, dertig, veertigen enkele reizen honderd gevangenen te gelyk kocht en hun de vrijheid gaf, of om weder naar hun vaderland terug te keeren, wanneer hij hen van het noodige verzorgde, of om bij hem te blijven, wanneer zij de Christelijke godsdienst omhelzende, eer als broeders dan als slaven door hem behandeld werden. (Vit» S. Eligii, Libr. I, Cap. 10.)

Sluiten