Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Sicco!" riep hij, //de Goden verzachten uw slavernij."

„Waart gij ook niet bij het gezantschap?'' vroeg Eligius, zich tot Sicco wendende.

«Ja, Heer!" gaf deze ten antwoord, //u gezien, Altane van het paard geworpen, nu handen gebonden, slavernij, hard ding, Altane vrij."

//Ontboei dezen man, ziedaar het losgeld," gebood de goudsmid den man met den verkoop der gevangenen belast, en terstond bevond zich de kleine Eries in vrijheid.

,/Dank!" riep hij, de weldoende handen van Eligius hartelijk drukkende, „vrij, mooi ding, gezien bij den Koning , ons geleerd, kruis gedoopt, wel kan, muntmeester! Eligius! braaf man! Sicco, eeuwig dankbaar, Altane ook."

//Thans ons gespoed, daar de tijd ons dringt," zeide Eligius tot Thille, en het viertal begaf zich naar het huis des braven goudsmids op weg.

Aldaar aangekomen, zette Eligius den door hem bevrijden spijs en drank voor, en nadat zij zich versterkt hadden, sprak hij:

//Het is geenszins, dat ik u gekocht heb, om mij als slaven te dienen, gij zijt vrij, en kunt, wanneer gij wilt, terstond naar uw Vaderland terugkeeren, ik zal u daartoe de middelen verschatten; doch gij, Altane! zult gewis uw zoon niet verlaten, daar ik u de blijde tijding heb mede te deelen, dat ook uw zoon, gelijk gij voor eenigen tijd, het Christelijk geloof heeft aangenomen, en heden morgen is het, dat hij den Heiligen doop in de groote kerk zal ontvangen."

Het gelaat van Altane werd bleek als dat van een

Sluiten