Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

u, Thille! ga niet mede, hoor de stem uws vaders, verlaat Friesland* Goden niet." Dit zeggende, viel Altana smeekend voor Thille neder, en tot in de ziel bewogen, riep hij: //Neen, mijn vader! God roept, de eenige ware God roept mij, ik mag aan uw bede

geen gehoor geven."

/,Kom dan, Thille! kom dan mede, om gedoopt te worden," klonk het weder, en de jongeling wilde

zich verwijderen.

//Blijf , blijf, ga niet," riep Altana nogmaals, //ga niet, en geeft gij aan de beden uws vaders geen gehoor, zoo treffe u mijn vloek!

„Kcm dan, Thille!" riep Eligius nogmaals, terwijl hij het vertrek binnen trad, //laat ons gaan!

Onbewegelijk stond de jongeling da&r, hij zag hoe angstig zijn vader, de vader, die hem zoo teederlijk beminde , de Jianden wrong, en hem smeekend aanzag; snel wendde hij zich af. //Ja," riep hij, „ja, laat ons gaan!" en te gelijk verliet hij met Eligius het vertrek.

,/Wees gevloekt," riep de Fries hem na, ,/wees gevloekt!" Toen wierp hij zich in een zetel neder, bedekte zijn gelaat met beide handen en kermde: uo Goden! ik heb geen zoon meer."

HOOFDSTUK XIII.

Inmiddels sloeg Thille, aan de hand des vromen Eligius, den weg naar de Hoofdkerk in, en honderden

Sluiten