Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ouderdom van achttien jaren bereikt had, zag ik de schoone Frisa, ik beminde haar en werd door haar bemind.

vMet blijdschap maakte ik mijn broeder deelgenoot van dat geluk, en met trotschheid wees ik hem de schoone maagd aan, en riep hem toe: deze wil de mijne zijn!

„Doch, helaas! eeuwig vervloekt zij deze mijn dwaasheid ; want het hemelsche gelaat van Frisa trof ook mijn broeder, verwekte een gevoel in zijn boezem, dat hij verborgen liet voortsmeulen, tot dat het eindelijk in volle vlam losbarstte.

„Mijn goede vadev werd ziek . en weldra veranderde zijn ziekbed in zijn sterfbed.

„Toen hij nu zijn einde voelde naderen, riep hij ons beiden tot zich.

„ ,/Gundebald!" aldus sprak hij tot mijn broeder, "Gundebald! ik voel mijn einde naderen, weldra zal ik niet meer zijn, u en uw broeder laat ik deze hoeve na, woon hier in vrede en eendracht met elkander, en zweer mij, dat gij nimmer zult ophouden elkander lief te hebben. Gij, Gundebald! zijt de oudste, wees gij dus de beschermer van llolla, zweer mij dat, dan zal ik gerust ten grave dalen, zweer, Gundebald! en denk er aan, Wodan hoort uw eed."

„Toen zwoer mijn broeder volgens Heidensch gebruik, en gerust sluimerde myn vader in, om nimmer weder te ontwaken." Hier hield de jongeling eenige oogenblikken stil, en gaf aan den tranenvloed, die als een paar kristallen beken uit zijn oogen te voorschijn drong, den vrijen loop; want, hij dacht aan zijn vader.

Sluiten