is toegevoegd aan je favorieten.

Acht eeuwen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

reeds gevorderden leeftijd waggelde Rolla's kamer binnen. Hij droeg een eenvoudige monnikspij, in zijn banden hield hij eea vel perkament en eenig te dien tijde gebruikelijk schrijfgereedschap.

,/Ik zeg." sprak de binnentredende, terwijl hij op de bank naast Rolla plaats nam, ,ik zeg, mijn goede jongen! dat, wanneer ik uw jaren hadde , ik wel wat anders zoude doen, dan den geheelen dag met de brieven van Paulus voor mij te zitten, en dan telkens te hooren: wees voorzichtig, bederf de gouden letters niet (1); want Bonifacius is op dat geschrijf zoo verliefd, als ik op uwe jaren op een roodwangig meisje; neen, zeg ik, dan ging ik de wereld in en.. .. maar ik blijf hier ook niet, en ...."

//Gij hebt weder te veel wijn gedronken," sprak de jongeling, die vooreerst aan den waggelenden gangen ten tweede aan de redenen van Fulrad, die altoos na het overmatig gebruik van wijn er van sprak, om het klooster of ten minste Bonifacius te verlaten, bemerkte, dat deze zich, volgens gewoonte, weder te veel aan de vrucht des wijnstoks had overgegeven, eu die tevens ongaarne in zijn mijmerijen gestoord werd. „Gij hebt weder te veel gedronken, en in plaats van met nuttige bezigheden werkzaam te zijn of uw roes uit te slapen, stoort gij mij in mijn aandacht!"

„Nu, nu "sprak de oude, gij beschuldigt mij altijd zoo hevig van dronkenschap, eu ik zeg, dat iemand, die zoo als ik, den geheelen dag bezig ben met het

(1). De brieven van Paulus, waarvan hier gesproken wordt, waren geschreven met prachtige gouden letteren, door de bekwame hand der Abdis Edbnrg. Bonifacius XXVII, p. 40.