is toegevoegd aan uw favorieten.

Acht eeuwen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

jaren tc zijii, en bezat die middelmatige en sierlijk gevulde en geronde gestalte, der Friesehe vrouwen eu meisjes zoo bijzonder eigen. In haar rond, door blonde lokken als omkranst kopje blonken een paar groote donkerblauwe oogen, die den aanschouwer overtuigden, dat oprechtheid in het hart der schoone bezitster huisvestte. De kleine, als tot kussen geschapen mond was met ivoorwitte tanden bezet, die eer tot sieraad dan tot gebruik schenen gevormd te zijn, terwijl eeu kleine fraai gevormde neus een vriendelijke uitdrukking aan haar geheel wezen bijzette; voeg hierbij kleine blanke handjes, en voetjes, waarop zij eer /.weefde dan ging, en gij zult u eenigzins een denkbeeld van Erisa, de echtgenoote van Gundebald kunnen vormen.

Van tijd tot tijd zag het lieve wijfje naar het gebraad; doch de onrustige en verlangende blikken, die zij gedurig op de deur gevestigd hield, bewezen, dat hare ziel zich met andere zaken bezig hield. Ook scheen het maar al te duidelijk, dat die gewaarwordingen, welke onder den al bast witten en eenigzins onrustig go!venden boezem huisvestten, niet van de aangenaamste waren; want soms steeg uit die schatkamer van bekoorlijkheid een diepe zucht opwaarts, en w elde er een traan in die hemelsche oogen op! Wee liera, die zulke schoone oogen kon doenweenen!

«Nog komt zij niet," zuchte Erisa, de stevige eikenhouten tafel tot een disch gereed makende, „eu aanstonds zullen zij hier zijn. De avond begint reeds te vallen, en als zij er zijn, zal ik hem niet kunnen zien, noch kunnen spreken, hem niet...," en een tranenvloed vlood langs haar wangen.