is toegevoegd aan uw favorieten.

Acht eeuwen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HOOFDSTUK IX.

"Vaarwel, YVodan zij metu!" riep een grove mansstem aan den ingang der woning, welke groet door vele stemmen herhaald werd , en weldra trad Gundebald, omstuwd door een drietal groote honden , de kamer binnen , waar zich Frisa bevond en Rolla verborgen was.

Om u, mijn Lezers! een duidelijke en juiste beschrijving van Gundebald te geven, zoude een te moeielijke taak wezeu, daar hij zoodanige gelaatstrekken bezat, welke door de" een schoon, en door den anderen leelijk genoemd worden; zoo veel is echter zeker dat hij alles behalve innemend was. Hij had een zoodanig gelaat als men vaak in het dagelijksche leven aantreft; wanneer men elk der deelen afzonderlijk beschouwde , verdienden zij met recht schoon geheeten .te worden; doch te zamen genomen, vormden zij een terugstuiteud geheel. Er zijn menschen, die verdienen schoon geheeten te worden en echter niet behagen; daarentegen zijn er, die men te recht leelijk kan noemen en welke bij de eerste ontmoeting reeds voor zich innemen.

Wat zijn kleeding aanbelangt, dezelve was die, welke door de gegoede Friezen te dien tijde algemeen gedragen werd, eu door dezelve dus met weinige woorden te beschrijven, geloof ik beter te doeu dan zij, die zich uitputten in een noodelooze beschrijving der kleederdracht, iets, dat volgens mijn oordeel beter is geheel weg te laten, dan zoo te schetsen als velen doen, die door hun oudheidkunde de Lezers willen verbazen, en door hun onjuiste voorstelling onjuiste begrippen doen vormen'

14*