Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vallen en te zeggen: "Rolla ! dierbare, lieve broeder! ik heb zwaar tegen u misdreven; maar vergeef het mij en laat ons weder verzoend als broeders leven! waarlijk, Frisa! gij verkoopt u achting te goedkoop. '

,Hij," riep Frisa met geestdrift , //hij zal de hand niet terugstooten , die gij hem ter verzoening aanbiedt* Ik ken hem, Rolla is niet haatdragend, ook hangt hij de nieuwe godsdienst aan, en die leert, zoo als ik gehoord heb, te vergeven en te vergeten. — O, wanneer hij dan in onze woning, zonder wrok of haat getreden, aan onze tafel plaats neemt en ik u en hem dan zoo als broeders, als zonen van één vader bijeen zie, dan geloof mij, Gundebald! zal ik u zoo hoogachten als iemand ooit hooggeacht is, en ik zal er frotsch op wezen een echtgenoot te bezitten, die zijn haat heeft weten te overwinnen , oui zijn broeder te vergeven."

Nauwelijks had Frisa deze woorden gesproken, of met een schrikbarende woestheid sprong Gundebald op. //Vrouw!" riep hij, //vrouw! ik heb u plan doorzien, gij zijt listig, zeer listig, maar geloof mij, niet listig genoeg om mij te bedriegen ! Ik zal mij verzoenen, niet waar! dit is uw plan, mij met Rolla verzoenen, hem hier in mijn huis, aan mijn disch verwachten, en dan, dan zult ook gij hem vriendelijk ontvangen, om mijnent wil zal het heeten, en Rolla, hij, dien ik haat, en dien gij nog bemint, zal met mij de rechten van echtgenoot deelen. Dan zullen uw tranen ophouden te vlieten, dan zal men mij liefde huichelen en in het geheim Gundebald bespotten, die zich door de list eener vrouw liet bedriegen."

,/Gundebald!'' riep Frisa met edele verontwaardiging,

Sluiten