is toegevoegd aan uw favorieten.

Acht eeuwen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zij was in haar binnenste even als een kiud, dat nog in zijn kindsche jaren aan het sterfbed zijns vaders staat, door wiens dood hij geheel ouderloos wordt. Ik weet hoe men dan is, helaas! ik weet bij ondervinding, hoe dan de angst den gorgel dicht wringt, de ademhaling belet, de leden doet sidderen als espenloof, en de oogen tot weenen dwingt, niettegenstaande de hevige smart den vloed der tranen gestremd heeft! — Hij ging voort, het kille staal glinsterde door het flauwe licht der lamp, en kaatste dat licht vuurrood af, als zijnde de kleur, die het weldra zoude aannemen, de kleur des bloeds.

Reeds had hij de schuilplaats bereikt, en behoedzaam plaatste hij het licht op den grond neder. — Frisa door de doodsangst tot het uitsterste gebragl , wilde opspringen, en zijn hand, die reeds het doodende staal omklemmende, zich tot den stoot gereedmaakte terughouden — doch hare leden waren door den schrik verlamd, zij wilde om genade smeeken — dezelfde band, die hare leden verlamde, had iiare tong gekluisterd.

Nogmaals beproefde hij de scherpte van het ten moord gereede mes, — toen deed hij nog eenige schreden voorwaarts — zwaaide het moordend• staal ....

Frisa's krachten keerden terug, snel als de bliksem vloog zij van hare legerstede op. — "Gundebald! Gundebald!" gilde zij, „stoot niet toe, bij de onsterfelijke Goden! stoot niet toe, vermoord uw broeder niet — want het is Eolla, die zich daar bevindt!" —

„Dat weet ik, boeleerster!" riep de Fries, „maar

hij zal sterven "

«Rolla! men wil u vermoorden, ontwaak! verdedig u!" gilde Frisa, ,/Rolla! Rolla! ontwaak!"