Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

in Friesland zien zy er zeer lief uit, hem...."

„Zwijg!"' riep de Bisschop gestreng, „zwijg! gij schijnt te vergeten tot wien gij uw schandelijke woorden richt, ga been, slaap uw roes uit, en kom niet weder in mijn tegenwoordigheid, voordat ik u ontbied!"

Deze taal scheen Fulrad geheel te ontnuchteren, hij vouwde de handen, ten teeken van gehoorzaamheid, kruiselings over de borst, en na een diepe en nederige buiging voor den Bisschop gemaakt te hebben, verliet hij het vertrek, en nauwelijks was hij vertrokken, toen Rolla, bleek als een doode, hetzelve binnen trad.

HOOFDSTUK XI.

„Het is gedaan!1' riep de jongeling, terwijl hij zich in een armstoel nederwierp , „o Ood! hoe kan iemand zoo haten, zoo dengenen haten, die onder hetzelfde hart rustte en aan denzelfden boezem de eerste lafenis vond!"

//Gij zijt dan tot hem gegaan, tot uw broeder, Rolla! en hij heeft geweigerd zich met u te verzoenen ?" vroeg Bonifacius met aandoening.

//Vergun mij dat ik mijn hart voor u, hoogeerwaarde Vader! uitstorte, gij zijt mijn weldoener, mijn eenige vriend op deze wereld, ik gevoel dus behoefte voor u mijn hart open te leggen."

//Spreek," hernam de Bisschop; „doch neem eerst een frisschen dronk, tracht eerst van uw ontsteltenis