Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

"Hij, wanende mij gedood te hebben, greep zijn weenende echtgenoote aan en smakte haar op de netten neder, terwijl er een taal over zijne lippen kwam, welke ik voor eeuwig zal trachten te vergeten.

«Eindelijk," aldus besloot Rolla zijn verhaal, «eindelijk brak de dageraad aan, en op hetzelfde oogenblik, dat de eerste lichtstraal doorbrak, verliet ik mijn schuilplaats en ijlde herwaarts, de ziel vervnld met het vreeselijke schouwspel, dat mij dezen nacht getroffen heeft."

Op het gelaat des grijzen Bisschops kon men duidelijk bespeuren, dat dit verhaal indruk op hem gemaakt had.

,/En werd Gundebald's echtgenoote uw vlucht gewaar?" vroeg hij, na eenige oogenblikken het stilzwijgen bewaard te hebben.

//Geenszins, en het is daarom, dat ik u smeek, mij te vergunnen, dezen avond nogmaals derwaarts te gaan, ten einde haar te overtuigen, dat haar echtgenoot geenszins het gruwelstuk bedreven heeft, waarvan zij hem natuurlijk moet beschuldigen "

«Ga!" sprak de Bisschop, «Rolla! ga; maar bedenk, dat gij Christen zijt, dat al heeft uw broeder zwaar, zeer zwaar jegens u misdreven, gij hem vergeven moet; want weet: zijn vijanden te vergeven, is een van de eersten deugden des Christens, zonder welke inen nooit hopen kan, dat God ons onze misslagen vergeven zal."

z/Zoodra de nacht de aarde met een donker floers omhuld beeft," riep Rolla, „zal ik mij naar de woning mijns broeders begeven, om haar, die veel om mijnent wil geleden heeft, gerust te stellen, en bijaldien ik gelegenheid mochte vinden, mij met Gundebald te

15*