Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

verzoenen, o geloof dan, dat ik volgaarne deze gelegenheid zal aangrijpen; want gij hebt a»j geleerd: heb uw vijanden lief, zegen ze, die u vloeken.^

„Ga met God, mijn zoon!" riep Bonifacius; „mijn

zegen volge uw schreden.'

HOOFDSTUK XII.

De avond was gevallen, duizeude starren schitterden aan het azuurblauwe uitspansel, en de nachtwind liet zijn somber gefluit hooren. Met dan eens langzame en dan weder snellere schreden volgde een man, in een donkerkleurigen mantel gewikkeld, het voetpad , dat naar de hoeve van Gundebald geleidde.

Eindelijk bereikte hij de hoeve en juist op hetzelfde oogenblik, dat hij de deur wilde openen , hoorde hij een ontstuimig gedruisch, door vele ruwe stemmen

voortgebracht, iu de woning.

Rolla — Want niemand anders was de geheimzinnige nachtwandelaar — wachtte zich wel om binnen te treden, en door begeerte of liever door een voorgevoel gedreven, beklom hij behoedzaam een steenhoop, ten einde door een venster te kunnen zien wat er binnen in de woning omging.

Van uit zijn hooge standplaats had hij een goed gezicht in het ruime binnenvertrek, in het midden van welke een lange tafel geplaatst was, die schier onder den last der spijzen, grootendeels uit groote stukken rundvleesch bestaande, bezweek, terwijl de groote

*

Sluiten