Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gespannen aandacht naar hetgeen Gundebald zeule.

//Het is u allen bekend," riep hij, „gij weet het allen, Friezen! dat zij, die Wodan verachten en een nieuwen God aanhangen, hierin de nabijheid dezer stad hun tenten hebben opgeslagen. Frieslands eer, Frieslands Goden zijn in gevaar. Zouden wij het dulden dat Thor en Wodan, de Goden, welke onze vaderen eerden en voor welke zij hun knieën eerbiedig bogen en de altaren deden rooken, gehoond, versmaad en veracht worden, door vreemdelingen, die tergend in de nabijheid onzer altaren een nieuwen God pre diken. _ Hoe velen zijn, helaas! reeds in hun strikken gevallen, hoe velen hebben zij met hun vleiende tongen overgehaald, om hun godsdienst te omhelzen en de Goden hunner vaderen te verlaten. En wat zal hiervan het gevolg zijn? de leer der Christenen ontzenuwt het volk. wraak en vijandschap, deze zoo machtige drijfveren tot groote en dappere daden, worden door hen als een groote misdaad, als een groote zonde gerekend, verdraagzaamhe'd, zich lafhartig te laten vertrappm, en lijdzaam elke mishandeling te dulden, en zelfs hem, die hen mishandelt, lief te hebben, ziedaar de schoone leer, die zij prediken, en wat zal hiervan, herhaal ik nogmaals, het gevolg zijn? de weleer zoo dappere, moedige, krachtvolle Fries zal ontaarden in een zwak en machteloos volk. het nakroost zal de daden onzer vaderen hoorende, dezelve bewonderen en roemen, maar niet kunnen navolgen. Vreemde machtige volken, die door de leer des Cliristendoins nog niet ontzenuwd zijn, /.uilen als een stortvloed ons Vaderland overstroomen, onze woningen vernielen en ons, weerlooze lieden, uit dit land verdrijven, om