is toegevoegd aan uw favorieten.

Acht eeuwen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gelijk daalde het moordtuig neder, en spleet de borst van hem, die zijn leven aan het heil zijner natuur-

genooten gewijd had.

„O mijn God!" riep Bonifacius, toen hij den doodelijken slag ontving, waggelde nog eenige oogenblikken, en zonk toen op de aarde neder, die met zijn edel bloed rood geverwd was. Toen sloeg hij zijn brekende oogen nog eenmaal op, en zag met innig teedere blikken op zijn volgelingen. /'Spaar, o spaar hen," bad hij, ,/Heere Jezus! in.... uwe.... handen.... Len diepe zucht steeg uit zijn verbrijzelden boezem; en zijne reine ziel steeg op naar God, zijn Vader, om daar het loon zijner daden tc ontvangen. De ijverige Christenprediker was niet meer, Een slag, één enkele slag had een leven vernietigd, hetwelk zoo nuttig was tot uitbreiding van het Christendom. Zoo velt somtijds de onbesuisde hand eens jongelings den boom, die schoone vruchten voortbracht, en zoo menige half verdorde onvruchtbare wordt gespaard.

Nauwelijks zag Doban den Bisschop vallen, of zich zeiven vergetende, vloog hij, terwijl hij een dolk tevoorschijn trok, op den Fries aan. „Monster! moordenaar!" riep hij; doch nauwelijks had hij deze woorden geuit, of ook hij viel bewusteloos op het lijk van den Bisschop neder, de bijl van Gundebald had ook Dobanslevensdraad afgehakt.

Thans werd de strijd algemeen, en eindelijk bereikte Gundebald de plaats, waar Rolla bezig was zich tegen eenige Friezen met leeuwenmoed te verdedigen, „Ha! allen moeten sterven," riep Gundebald zijn met zoo veel edel bloed geverwde strijdbijl als krankzinnig zwaaiende. Doch nauwelijks bemerkten zijn vurige blikken zijn broeder, of de bijl ontviel zijn handen.