Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

.re ( yWih /( )«

t\hyc -ce + y= >x/fe£+c6Hsc ( =:

\

Fabriekmatig wordt echter de eerste methode toegepast. Men heeft ook groene kleurstoffen bereid door in plaats van dimethylaniline andere anilinen te gebruiken b v. diaethylanilinc of gemengd aliphatische en aromatische aminen, zooals aethyl-

C II

benzylaniline : CR //5. N25 . Jf

L //,. Cfj //5.

Door sulfoneeren wordt de oplosbaarheid verhoogd, (zie bij de azokleurstoffen). Door b.v. uit te gaan van het sulfon-

C II

zuur van aethylbenzylaniline : II(9, S CR //,. IV 2 * JT

C //o C B //j

onstaat het zgn. zuurgroen (sauregrün).

De kleurstofaard van de aromatische verbindingen hangt volgens O. N. W i 11 af van de gelijktijdige aanwezigheid van een kleurstofgevende en een zoutvormende groep. Het molecule moet dus in de eerste plaats een kleurstofgevende groep bevatten, een z.g.n. »chromophoor''. Zulke groepen zijn b.v. de nitrogroep en voor de azokleurstoffen de N— ./V-groep:

door de tegenwoordigheid van zoo'n groep, wordt het lichaam een »chromogeen", maar is dan nog geen verfstof; wanneer echter eene zoutvormende groep (b.v. de A7/2 of de 0//-groep) intreedt, dan ontstaan de verfstoffen, die zich op de vezel vasthechten. Niet iedere zoutvormende groep echter maakt een chromogeen tot kleurstof, de sulfo- en de carboxylgroep b.v. missen dat vermogen, daarom onderscheidt W i 11 ook de NII.- en de OH-groep als »auxochrome" groepen van de andere groepen, die geen kleurstof kunnen vormen.

In de triphenylriK thaankleurstoffen neemt men nu als chromogeen aan, één der phenylgroepen, die in den chinoïden vorm (afgeleid van de chinonformule) is overgegaan.

De formule van malachietgroen moet dus in verband hiermee geschreven worden, als volgt:

Sluiten