Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

= O OH OM

"°l | u \off //0|/X/y\o^

7/0\/\£? ~HÖ\-C/\/ °H H0 \/\yn\/OH

Ho "ó= m CO

gallusIuur rufigalluszuur.

(Metaoxybenzoëzuur gaat met geconcentreerd zwavelzuur evenzoo in een anthrachinondcrivaat over, n.1. in dioxyanthrachinon, zie bladz. 70).

Over de constitutie van tannine is niets met zekerheid bekend, waarschijnlijk is het eene verbinding, die uit eene aaneenschakeling van galluszuurresten (galluszuur-//2 O) bestaat, voor deze opvatting pleit het gedrag bij de behandeling met verdunde zuren, waarmee het bijna geheel in galluszuur overgaat. Door den samentrekkenden smaak, de intensieve kleuring met ferrizoutcn en het vermogen de huid in leer te veranderen, wordt het tot de looistoffen gerekend.

Oxyderivaten der zuren, waarvan de carboxylgroep zich in de zijketen bevindt.

De eenvoudigste zuren van deze groep zijn de drie isomere oxyphe njlazijnzuren, van de formule :

OH. C\. Ht. CH%. CO OH.

De in de homologe reeks, hierop volgende zuren zijn de 0xy-/3-phenylpropionzuren, welke gewoonlijk hydrocumaarzuren genoemd worden, omdat zij door reductie der cumaarzuren : OH. C\ Hk CH= CJICOOIl ontstaan.

Het orthohydrocumaarzuur wordt in de natuur aangetroffen in Melilotus officinalis, eene klaversoort, vandaar draagt het ook wel den naam van melilootzuur:

CH

HC/\ C CHt CHyCOOH

HCV/C OH CH

De OH- en de COOH-groep kunnen, daar zij zich in de orthopositie ten opzichte van elkaar bevinden, onder water-

Sluiten