Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Fuchsine, met de kleurstofbase rosatiiline

De fuchsinekleurstoffen verschillen daarin van de parafuchsineroep. dat eene anilinerest van het parafuchsinmolecule vervangen is door eene orthotoluïdinerest; de leukobase van het fuchsine is dus :

~ C6 H..NH,

IIC - C, Ht NH,

— C, II,. dl, NH,.

A. W. Hofman n vond reeds in 1843, dat anilineolie door oxydatie roode kleurstoffen gaf, echter werd eerst in 1857 de eerste kleurstof in den handel gebracht, dit was het .mauve" of 1 e r k i n s violet, door W. P e r k i n (de ontdekker van de eerste anilinekleurstof „mauveïne") verkregen door oxydatie van anilinesulfaat met kaliumbichromaat.

In 1858 vond Verguin (Lyon), dat door oxydatie van anilineolie met lig Cl, of Sn Cleen roode kleurstof ontstaat, op deze bereiciing werd patent genomen door de Lyon'sche firma Renard F r è r e s & Franc, welke deze kleurstof onder den naam „fuchsine" of .magentarood" in den handel bracht, de prijs was toen zeer hoog: 1700 — 1800 frcs. per k.g.

Spoedig daarop vond Durand (Basel), dat door de oxydatie met Hg uit te voeren, een beter rendement

verkregen werd en de kleur mooier was, er werd nu ook in Bascl eene fabriek opgericht. Tegenwoordig worden deze oxidatiemiddelen niet meer gebruikt. Medlock patenteerde in 1860 eene bereidingswijze van het fuchsine, uit aniline door oxydatie met arseenzuur, deze methode werd door Nich olso n in Engeland en door Girard en de Laire in Frankrijk ingevoerd.

In 1S69 vond C o u p i e r, dat de oxydatie van de anilineolie ook kan plaats hebben, door nitrobenzol en ijzervijlsel.

De twee laatste methoden worden tegenwoordig nog toegepast.

Hofmann deed onderzoekingen over de kleurstof base van het fuchsine, welke door hem rosaniline genoemd werd en stelde de samenstelling daarvan vast. Ook vond hij, dat

Sluiten