Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

liem zeer nuchter. De stralen der zon daarbuiten, vooral gepaard

met twee zeer vurige oogen, verwarmden hem meer dan al de schoonheden, in de stijve, zwarte letters op het papier, dat hij zuchtend

omsloeg, besloten.

Ook nu trad hij met een diepen ademtocht van verlichting uit de donkere gang in het heldere schijnsel der winterzon. De oude edelman had hem geen arbeid opgedragen, en tegenwoordig hield alleen die noodzakelijkheid hem thuis. Zijn plichtgevoel was te stipt om eens aanvaarde bezigheden te verwaarloozen, maar hij begroette toch zulke tijden van vrijheid met groot genoegen- Voor een gewoon beschouwer mocht hij in zulke uren doelloos rondslenteren, bij zich zelf was hij overtuigd, dat het vooruitzicht, waarom hij zekere straten met zoo bijzondere voorliefde opzocht, aangenamer «as dan het hem thuis wachtend vooruitzicht op de oplossing van een wijsgeerig probleem, waarvan hij begon te meenen, dat men best nalaten kon het zich te stellen. De conversatie bij de Vredenborgs maakte op hem den indruk van menschen, die omdat ZÜ een i ekenboni hadden nu ook gedurig cijfers wilden zetten, en voor wie hun geest een kwelling was, daar zij meenden er altijd mee te moeten denken, ja zelfs Helene's beeld scheen in een schaduw van duistere stelsels gehuld. Hij moest aan al de omstandigheden van het verleden denken, om te begrijpen dat zij hem eens als element van warmte en licht in zijn eenzaam leven was voorgekomen.

Edward had Helene op een tijdstip leeren kennen, dat zijn hart, nog bloedend om het verlies eener geliefde moeder, onder liet volle gevoel van verlatenheid gebukt ging en met weinig hoop de toekomst in het vreemde Brussel tegemoet zag. Het onverwachte der vriendschap, die hij aantrof, had hem meegesleept. Hij vond niet de hoogmoedige jonkvrouw van Vredenborg, maar iemand die minzaam met hem als met haar gelijken was, en haar ernstig gesprok paste toen hij zijn eigen stemming. Zij was het eerste jonge meisje waarmee hij in nadere kennis trad, en hij had dus nog niet geleerd te vergelijken. Kundig en talentvol, met deelneming en zoig, misschien zelfs met nog iets meer, trad zij hem tegemoet, en zoo werd ze, bijna zonder dat hij het wist, zijn vereerd en tevens bemind ideaal. Voor dien Edward Melville, die hij geweest was, had Helene alles bezeten wat zijn hart verlangde, wat liet verlangen kon.

Maar menschen veranderen, en ouk hij was veranderd. Het gevoel van verlatenheid, dat hem in den aanvang drukte, hield op, en zijn wenschen gingen het enge terrein, dat ze eerst had beviedigd, te buiten. Hij begon te vinden dat Helene vaak hard oordeelde, dat haar opvatting te beperkt was, en dat dit gezelschap van mannen

Sluiten