Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

al wat romantisch en huiveringwekkend is bezit voor jonge gemoederen groote aantrekkelijkheid, en hij sprak met teleurstelling

«maar mijn vader geloofde er toch aan, anders zou hij mij wel zoo genoemd hebben." J J

«Hij zal denwenschvan uw ongelukkigen voorvader geëerbiedigd en

sl TJZ r ,hCbben'" ZeidC Edward' doch'den geheimen

spijt op het bevallige gelaat van den knaap bemerkend, voegde hij er

bij . «dat ,s echter een zaak, waar wij allen niet veel van weten; het is

Frank van . ^ ^ hebt t0 zijn' Dlls RÖ hcet

»Viale; ik wilde liever dat wij ook den ouden naam derBredero-

onzY neT^T' Wij .St*mraen toch van he° af; jonker Hendrik is onze neef, ofschoon wy hem nooit zien, daar hij niet goed gedaan

heelt ik geloof omdat hij met de ketters heult; mijn vader is zeer tegen hem. Gij kent mijn vader zeker wel?"

«Ik heb dikwijls van hem gehoord;" Edward sloeg verwonderd ,1e

open, heldere trekken gade, die weinig aan een man lieten denken

wiens stroeven hoogmoed en harden aard hij zoo vaak had hooren' bespreken en veroordeelen. «ooien

Finnk m J8 rr,be!Cend' 'iij hGeft Vee' te ze-en' ni^waar?" vroeg Iiank met den trots van jeugdige genegenheid, die zich verhe.M

uat zij steeds als een groot geluk hoorde roemen ziel. in een ^liefden persoon te mogen voorstellen, en toen Edward dit bevestigde ging hij haastig voort: »o gij moet komen als er feest bij ons is' en de landvoogdes en het geheele hof er zijn, ik mag er no- niet' bij blijven, maar het is dan prachtig."

De jonge man kon een glimlach niet onderdrukken; de uitnoodig'ng vJas Züü naif> ,kt ze grappig afstak bij den hoogmoed, waaruit ze ontsprong en terwijl hij den knaap beschouwde vroeg hij zich ze a . zou e gtaal van Viale ook eens zoo geweest zijn? Nü was it genoegen in een hooge geboorte nog zoo aantrekkelijk, want het kwam op uit de volheid van kinderlijke liefde, - zou zicli daaruit latei een afstootende adeltrots ontwikkelen? Er is iets weemoedigs bij een beminnelijke eigenschap aan de fout te moeten denken die er mogelijk uit zal voortkomen; bij de schoonerozestek verheug zich het oog zonder vrees dat distel of giftplant daaruit zullen opgloeien, het menschenhart alleen draagt in zijn knop nog alle kiemen en de onzekerheid is het bladomhulsel, dat haar bekleedt en verbergt Ook Edward voelde iets van die eigenaardig pijnlijke gewaarwording toen hij Frank gadeslaande vroeg: «verheugt gij u van giaaf Biederode af te stammen, omdat hij tot een zoo oud en aanzienlijk geslacht behoorde?"

Sluiten