Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

buiten zijn gehoor was, vervolgde hij vertrouwelijk: »ik wil bekennen dut ik u liever bij anderen zag; wat ik van den jongen Vredenborg weet, is niet om hem tot gezelschap van iemand, in wien ik belang stel, te wenschen, en de persoon, die zijn huis naar ik hoor veel bezoekt, nog minder."

«Wordt de heer van Meerwoude door u bedoeld?"

»Ja, zijn denkbeelden maken hem tot een slechten vriend voor menschen van uw leeftijd."

»Ik ben overtuigd, dat hij zelf al in mijn positie een voldoenden grond ziet om mijn vriend niet te worden."

»Uw positie dunkt mij inderdaad niet aangenaam ; aan uw jeugd zou een leven met meer afwisseling beter passen; wat denkt gij er zelf van!"

»Ik heb er nooit over gedacht, daar ik geen gelegenheid zag om den wenseh, als ik hem ooit zou koesteren, te bevredigen. We zijn in onze levenskeus toch alleen in zoover vrij, als onze bekwaamheden reiken; toen ik een geletterde opvoeding ontving, moest ik mij ook naar haar richten."

»Wees men u op geen ander beroep?"

»YVelk ander stond voor mij open, nu de handel, waarin mijn pleegvader was, mij niet behaagde, en ik door zijn vroegen dood genoodzaakt was onverwacht op mij zelf te staan? Ware ik alleen geweest, misschien zou ik in het leger getreden zijn, maar ik kon mijn moedei- niet verlaten, en zoo was ik blij dit bestaan te kunnen aangrijpen."

Was er iets in de pracht om hem heen, dat den graaf smartelijk aandeed? Hij sloot voor een korte poos de oogen, als was de aanblik van zijn rijkdom hem onaangenaam, en het duurde eenigen tijd eer hij met zachte stem vroeg: owenschte uw moeder niet, u in andere betrekkingen te zien?"

»Zij had te veel verplichting aan haar zwager, om zich niet volkomen naar zijn inzicht te voegen. Haar echtgenoot had haar geheel hulpeloos achtergelaten, en zonder mijn pleegvader, die ons tot zich nam, zou zij in de bitterste ellende hebben verkeerd."

»Hij handelde waardig," zeide Viale op ontroerden toon; «niet velen zouden der vrouw, die zij zelf eens beminden, zoo onbaatzuchtig als de gade van een ander ter zijde hebben gestaan."

Edward had nooit vermoed, dat zulk een gevoel in de borst van den zachten, ernstigen man woonde, op wiens knie hij zoo dikwijls gezeten had en wiens hand zijn jeugd geleid had. Welk een nieuw licht wierp dat ééne woord over zijn verleden! Het smartelijk geluid, dat soms de stem had doortrild, die hem op zijn duizenderlei vragen

Sluiten