Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dat Edward over Viale's beloften bewaarde. Hij beweerde bij zich zelf, dat het dwaas zou zijn, op zoo onzekeren grond als de misschien door vluchtige welwillendheid ingegeven gezegden van den edelman terstond een groot gebouw van woorden op te trekken, maar vroeger zou hij toch over de mogelijk aanstaande wending van zijn levenslot niet zulk een stilte hebben in acht genomen. Hij zou toen met Helene gesproken hebben, ook al was er nog geen zekerheid geweest; in zijn terughouding lag het volkomenste bewijs hoe goed haar angst gezien had, toen een innerlijke stem haar zeide, dat gevoelens, die hem van haar aftrokken, in zijn borst waren ontwaakt.

Wat overigens zijn twijfel aan de waarde van Viale's uitingen betrof, zoo werd die weldra verstoord. Het was niet lang na zijn bezoek, dat hij schriftelijk de nadere toelichting daarvan in den vorm van een bepaald voorstel ontving. De tijd van zijn verbintenis met Vredenborg liep nu bijna ten einde, schreef de graaf, hij zou dus vrij zijn van liet aanbod gebruik te maken, dat hij hem hierbij deed.

Het was een zeer verleidelijk aanbod. Viale verklaarde iemand noodig te hebben, wiens letterkundige kennis hem bij zijn politieke werkzaamheden van dienst kon zijn, en die tevens aan het hof was toegelaten, iemand in wien hij voor zich zelf een welkom gezelschap en voor zijn Frank een ouderen makker zou bezitten. De vorm van het verzoek ademde een gelijkstelling zooals Edward die niet beter wenschen kon, en het leven, dat hem geopend werd, toonde hem ook zonder de vriendelijke woorden, waarmee men het aanprees, genoeg verlokkende kanten. Welk een loopbaan viel niet in de wereld, waarin hij zich dan bewegen zou, te maken! was het niet zijn geluk van zich stooten, zoo hij weigerde ? Wat had hij hier, dat tegen alles kon opwegen, hem daar aangeboden? Een oogenblik schoten hem de woorden van een oud vers te binnen, dat hij als knaap dikwijls van zijn moeder had vernomen:

Dyn eerste liefde dat is dyn beste,

So laet se bliven dyn eerst' ende leste;

Du canst wel vinden veel roeme en eer,

Dyn jonckheits minne, die vindst du niet weer.

Zijn eerste liefde, — het woord deed hem vluchtig aarzelen. Hij voelde wel dat hij met zijn vertrek Helene opgaf, zij was een vreemde in de kringen waarin hij dan verkeeren zou, en hun vertrouwelijke betrekking zou vanzelf ophouden, maar — eigenlijk was hij het toch niet, die alles veranderde. Helene had zelve die vertrouwelijkheid afgebroken, zij was immers tegen hem verkoeld. Het kwam Edward voor, dat zij in 't laatst veel minzamer met Meerwoude geweest was

Sluiten