is toegevoegd aan uw favorieten.

In dagen van strijd

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

verderen avond nog iets onuitstaanbaarder dan anders, en bewees

Margareta zoo een tweeledigen dienst, want nauwe vriendschap was

iets, dat deze op dit oogenblik liever niet tusschen haar adellijke tegenstanders zag.

De landvoogdes was zoo goed als alleen met Reinout, en zij be*on ook op vertrouwelijken toon: »rnijn waarde Meerwoude, ik doe mijzelf een verwijt, waarvan gij de oorzaak zijt. Kardinaal Granvelle wenscht eenig bericht over u te vernemen, en ik weet waarlijk niet, wat ik hem moet meedeelen."

«Dat is eene moeielijkheid, genadige vrouw, waarin alle onbeduidende personen u plaatsen, en die ..

«Dus niet het werk van hén zijn moest, aan wie men beteekenis hecht. Moet ik niet vreezen, dat zijn Eminentie een blaam op mijn oordeel zal werpen, wanneer ik hem meld, dat iemand, wiens bekwaamheid de regeering zoo gaarne in haar dienst zag aangewend, nog geen positie vinden kon, die zijn wenschen bevredigt? Personen als gij begaan een dubbele fuut, waar zij zich aan het bestuur onttrekken; zij berooven het van hun dienst en verlagen het in de oogen van vreemden, die met afkeurende verwondering zien, dat zulke talenten niet gebruikt worden."

Vleierij was het wijwater waarmee Margareta allen, die zij inden tempel harer gunst dacht binnen te laten, besprenkelde, en de meesten duidden haar ook een wat al te rijkelijken doop niet euvel. Reinout echter hield niet van loftuitingen, die hij zelf overdreven moest noemen; ze waren als een onjuiste betaling, waarbij het maar lastig is na te rekenen, hoeveel men terug heeft te geven. Hij antwoordde dan ook koel: «genadige vrouw, dit is aan mijn dienstvaardigheid een even groot te kort doen, als het aan de waarde mijner diensten te veel geeft. Uw Hoogheid zou den kardinaal op dit oogenblik inderdaad mishagen, want het was een zijner geliefkoosde stellingen, dat overschatting van zich zelf een belachelijke, maar overschatting van anderen een gevaarlijke fout pleegt te zijn."

»Een zeer gevaarlijke! doch indien ik nu zonder vrees voor overschatting zulk een gewicht aan uw oordeel hechtte?"

»Dan staat het u met allen eerbied ten dienste."

«Ik zal er de proef van nemen; wat denkt gij dus van de plannen, die naar men uitstrooit, tusschen de edelen in 't werk zijn?"

»Dat het plannen schijnen, waarover alles te denken en derhalve niets te zeggen is."

«Hebt gij dan geen bijzonderheden gehoord?"

«Zoovele, dat wanneer ik de eene gelooven wilde, de andere ze mij weer moest logenstrall'en."