Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

(ie graaf voor een vereerder der hofdame doorging: »of hebt gij haar bekoorlijkheid reeds genoeg bestudeerd?"

»Ja, riep De Burge, hij beweert dat Italiaansche schoonheden bloemen zonder steel zijn, die dadelijk verwelken — vooral als een ander ze plukt,'' voegde hij er schalkachtig fluisterend bij.

»Zoo? dat zijn kettersche gevoelens; men moet de bekoorlijkheid eener vrouw voor een boek houden, waarbij men nooit vraagt, hoeveel bladzijden het nog hebben zal. De woorden, die zij op haar index zet, zijn: pokken en oud worden. Verbeeld u zulke rozige Silvia's met gerimpelde wangen en dofle oogen, de geheele betoovering is dan immers weg. Een beauté zich te denken buiten haar schoonheid is haar buiten alles te denken wat zij bezit. Wie zou ooit van zulk een teeder wezen durven vorderen, dat zij de frischheid van haar kleur door studie verminderde? wie zou, al brak zijn hart, zoo zelfzuchtig kunnen denken, dat hij de helderheid harer oogen door tranen om zijn smart zou willen bederven, en haar voorhoofd met zijn zorgen rimpelen? wie zou —?"

»Op zoo iemand verlieven?" riep De Burge; «waarlijk, Meerwoude gij weet iemand zelfs het mooiste te bederven."

»Ik? ik zeg juist: omdat de schoonheid een beeld is, moet gij u nooit voorstellen, wat gij doen zoudt als het gebroken was. Overigens moet ik der signora nog mijn opwachting maken, de avond is bijna om en ik heb haar nog niet bewonderd."

«Het is toch vrij afgezaagd, altijd complimenten te inaken," sprak Nivelde met voorname minachting; «als zij geen ander punt van conversatie heeft, dan zou ze mij met al haar charmes doodelijk vervelen."

Reinout scheen deze laatste meening even kettersch te vinden als het vroegere gevoelen van den graaf. «Ik weet niet of zij even geestig als schoon is," antwoordde hij, «maar ik zeg dat zulke gestalten geen geest of gevoel noodig hebben. Laast ge ooit iets van het hart van Venus?"

«Neen."

«Ik ook niet; dat komt, omdat men toen de zaken beter inzag. Als men zooveel bij haar had moeten gevoelen als zien, zou men van verrukking gestorven zijn. Haar echtgenoot, heet het, was ongelukkig; daarvan is hij zeker zelf schuld geweest. Ik denk dat hij in zijn onbescheidenheid vergeten heeft, dat mannen, die zulk een overal bewonderde vrouw hebben, niets zijn dan les maris de leurs femmes, en dat men om te aanbidden zijn knieën buigen moet, soms op een harden grond. Neen, daarin moet gij hem niet navolgen,"

en met een nadrukkelijk hoofdschudden ging Reinout van den edelman naar de bekoorlijke vreemde.

Sluiten