Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Wie kon de persoon geweest zijn, dien Meerwoude ontmoet had? Om zijn belangstelling niet te verraden, had hij geen vragen gedaan, en zag dus geen kans om dat individu te ontdekken, want de edelman zou hem uit zich zelf wel niet met mededeelingen te hulp komen. Hij had Reinout tegen zich verbitterd, en gelijk zwijgende mensehen van ieder te veel gesproken woord meer berouw hebben dan zij die gewoon zijn zich voorbij te praten, was ook de prins zeer ontstemd over het door hem gegeven blijk van afkeer; den afkeer zelf kon hij zich niet verwijten, aangezien hij de rechtmatigheid er van tevergeefs in twijfel trachtte te trekken. Meerwoude had zich volkomen belangloos gedragen, hij had geen enkel misplaatst woord gesproken, Oranje kon die erkenning niet terugnemen, en toch — de stem, die hem in zijn binnenste waarschuwde, wilde niet zwijgen. Het was onmogelijk, zoo oordeelde hij. dat de man, die zoo zorgvuldig wikte en woog, zoo scherp hoorde en zoo snel begreep, geheel doelloos handelde; men was niet spaarzaam met zijn woorden, als men geen munt daaruit dacht te slaan; maar over den aard van dit doel kon hij zich geen licht verschaften. De edelman scheen in geen betrekking tot de staatkundige partijen te staan, want hij verkeerde even vriendelijk met beide en liet zich nooit den wensch van hervorming op een bepaald gebied ontvallen, ofschoon Oranje wist dat hij in't algemeen de bestaande orde van zaken bijtend bespotten kon. Hieruit was dus geen resultaat omtrent zijn plannen te trekken, en misnoegd staakte de prins juist zijn overpeinzingen, toen men graaf Mansfeld bij hem aandiende, wiens zoon hij dikwijls met Meerwoude gezien had, en die dus waarschijnlijk inlichtingen zou kunnen geven. Hij bracht het gesprek weldra op den edelman.

«Meerwoude?" sprak de graaf, »ja ik ken hem, maar mij dunkt, dat de prinses van Oranje hier het best onderricht zal zijn, zij heelt nog op het laatste groote hofbal met hem gedanst."

»Op dat wonderlijke feest, waarop de landvoogdes goedvond ons te onthalen? nu, met allen eerbied voor onze dames geloof ik toch niet, dat haar oordeel veel verder gaat dan of iemand een bevallig complimènt kan maken."

»En of hij een goed uiterlijk heeft," zeide de graaf een weinig spottend, »maar indien mijn kennis 11 van dienst kan zijn ...."

»Hebt gij eenigen indruk van hem?"

«Alleen dat hij een aangenaam prater kan wezen. Hij behoort tot de neutralen; althans hij verkeert met Carlaimont en Nivelde, zoo goed als met mijn zoon en diens onberaden plannenmakers. Zijn positie is eigenlijk vrij onzeker; het huwelijk, dat zijn moeder sloot, was ver beneden haar rang; zij had den hertog de Feria kunnen

Sluiten