is toegevoegd aan uw favorieten.

In dagen van strijd

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ten hebben? ook ;il was er geen Ni velde in de buurt geweest, om zeker met graagte van de gelegenheid, die hij verzuimde, gebruik te maken. Hij bedacht haastig, dat zijn raadgever voor een vreemde toch ook eigenlijk een wat al te vermanenden toon had aangeslagen, en men niet terstond als een knaap moest gehoorzamen, maar eerst met zich zelf te rade gaan; dat men zulke vergaderingen nog altijd kon bijwonen, en — dat er niet altijd bekoorlijke Silvia's waren, die uitgeleid moesten worden. Met een korte in hoffelijke taal gehulde verontschuldiging verklaarde hij dien avond onmogelijk te kunnen, en snelde naar zijn wachtende schoone.

De edelman, die hem met zooveel warmte was komen toespreken, had zich een ander gevolg van zijn woorden voorgesteld. Een uitdrukking van teleurstelling kwam op zijn open gelaat, hij haalde de schouders op en zeide, zich tot Meerwoude wendend: »ik heb mij vergist, dat is weder een gezicht, waarin ik iets las water niet in stond."

Reinout lachte. «Mijn beste Dalvilliers, een gunsteling der landvoogdes mag niet te ijverig met een ketter wezen."

»Zou het dat zijn? hij schijnt verliefd, zou hij reeds zoo het rekenen verstaan ?"

«Misschien ook niet; gij weet, ik ben zwartziende, doch veel vrijheid heeft de getrouwe kudde van Maigareta zeker niet."

»Nu, ik zal haar rust ongestoord laten," antwoordde de edelman; hij wierp nog een blik op Edward, met wien de landvoogdes juist op een wijze sprak, die Meerwoude's onderstelling zeer waarschijnlijk maakte; het was of Edward hem leed deed, maar bij kon geen hooger gevoel in dit hart brengen, en half medelijdend, half minachtend keerde hij zich af.

Er is soms een eigenaardige ironie in het lot. Bij de verhalen van den jongen Vrcdenborg had Edward steeds gedacht, dat hij, zoo deze kringen zich ooit voor hem openden, iets anders hoopte te vinpen dan die soort van vrienden, waarmee Filips verkeerde, en den eenigen ernstigen, hem zelf tegemoetkomenden man in deze gedachtelooze omgeving had hij teruggestooten! Zijn hart was nu nog te vol van de wereldsche droomen en verwachtingen, die hem zoo hadden doen handelen, om zijn eigen gedrag te verstaan; maar het gemis van den vriend, dien een lichtzinnig oogenblik had doen verspelen, hij zou het spoedig leeren beklagen.

Toch scheen hij zelfs nu te vermoeden, dat men hem ongunstig moest beoordeelen; want zoodra hij buiten de betoovering van Silva's oogen was, keerde hij in de zaal terug en wilde zijn raadsman opzoeken, maar deze had zich reeds verwijderd. «Zoekt gij den heer van Dalvilliers?" vroeg De Bui ge; »die is met Meerwoude wegge-