is toegevoegd aan uw favorieten.

In dagen van strijd

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ZESDE HOOFDSTUK.

Wie bist du heil, o Sonnenschein!

I)u Herz, wie hochbegliickt!

Die schünste Bliith' im ganzen Hain,

Ti h habe sie gepfliiekt.

Die Knie triigt ihr Frühlingskleid,

Mit Blumen prangt die Flur;

Woliin ieh schaue, weit und breit, —

Mein Gliick erschau' ich nur.

»Uw boodschap zal dadelijk bezorgd worden, gij kunt er op rekenen," — met deze woorden nam Eelco, thans geheel in de waardigheid van begunstigd dienaar, het briefje aan, dat men zijn meester van den baron De Burge bracht.

»De boodschap heeft volstrekt geen haast," hernam de brenger met een onverschilligheid, die bij het vuur van zijn kameraad zeer ongunstig afstak en door dezen ook vol gepasten ernst werd afgekeurd.

»Alles, wat ons bevolen wordt, heeft haast," antwoordde hij, »denk er aan, mijn jonge vriend, dat niets zoo schoon is als ijverige plichtsbetrachting; ik weet wel, ik kon nu wachten tot mijn heer terug is, dat zou mij een gang sparen, maar ik doe liever tien gangen te veel, dan één te weinig, en als gij u insgelijks daarnaar richt, zal het zeker tot uw heil zijn. Neen, blijf niet staan, gij behoeft mij niet te danken, al neem ik ook deel in u; waarlijk ik wil u niet ophouden. Wees gegroet, mijn beste; de heiligen mogen u zegenen," met deze verheven ontboezeming sloot hij de deur en vervolgde toen hij alleen was: »dat komt bijtijds, mijn meester zal zeker nog bij Viale wezen, het kon niet beter."

Om deze op blijden toon gesproken woorden te begrijpen, had men de gedachten moeten kennen, die Eelco sedert eenigen tijd bezighielden en die hem den werkelijk zeer ernstig gemeenden dienstijver ingaven, waarmee hij zich gereedmaakte 0111 uit te gaan. Hij was thans een paar weken in zijn nieuwe betrekking, maar daar onder zijn eigenaardige talenten ook dat behoorde van zich snel in een