is toegevoegd aan uw favorieten.

In dagen van strijd

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Hij vroeg nog eenige bijzonderheden aan zijn dienaar, en beval hem de zaak als vroeger geheim te houden, maar al toonde hij voor Eelco's oogen geen grooter belangstelling dan de meest alledaagsche nieuwsgierigheid rechtvaardigen kon, innerlijk was hij niet minder bezig al de gapingen, die het bericht had gelaten, aan te vullen en zich uit deze losse stukken een geheel op te bouwen. Hij erkende het was nog slechts weinig: een onvoltooide geschiedenis, waarvan de hoofdpersoon een hem vreemden naam droeg, een herkenning, die mogelijk alleen op een toevallige gelijkenis van stem en gebaar berustte, dat was al wat hij ontvangen had; doch in zijn verbeelding breidde liet zich snel uit, en wat thans nog niet was, waarom kon het niet worden ? Dit mocht een zwak begin zijn, het kon een vervolg met sterker sprekende feiten, het kon een einde vinden, dat — Viale en Edward beiden aan hem zou overleveren. Er kwam een wreede en tegelijk zegepralende uitdrukking in zijn oogen. Hij sprak met voldoening: »als Melville eens mèèr dan gunsteling was, als het eens een huwelijk geweest was, waartoe zou die ontdekking niet kunnen leiden?"

Waartoe? Hoeveel lippen, die nog onbewust van naderende smart glimlachten, zouden moeten verbleeken, hoeveel oogen, die nog kalm rondzagen, zich in schaamte of smart moeten neerslaan, en met hoeveel jammer zou de bevrediging, die bij de gedachte daaraan over Reinouts trekken vloog, gekocht zijn! Hij zelf gevoelde dat, maar het bracht zijn besluit, om verder in deze raadselen door te dringen, niet aan het wankelen, en de uitdrukking van zijn gelaat, toen hij peinsde hoe groot een macht hun oplossing hem zou geven, deed aan een ruim gebruik dier macht denken.

Terwijl deze aan Edward onbekende en toch voor hem zoo belangrijke vragen door het hoofd van den edelman gingen, waren ook nog in een ander gemoed bespiegelingen gehouden, die in nauw, en voorloopig nog zichtbaarder verband tot zijn lot stonden.

In de vertrekken van Margareta's paleis, die haar Italiaanschc hofdame bewoonde, had gedurende Eelco's verhaal een niet minder ernstige overdenking plaats, en wel door de anders weinig tot zulke mijmeringen geneigde bewoonster, die alleen in haar boudoir zat.

De schoone Silvia was met zich zelf bezig, en daar de meeste menschen zich ten minste negen tienden van eiken dag in denzelfden toestand bevinden, had deze bezigheid, oppervlakkig beschouwd, niets bijzonders, maar de inhoud dier overwegingen leende haar ditmaal een nieuw karakter. Zij wilde zich verloven, en ofschoon het niet met de waarheid zou strooken, te zeggen, dat zij anders de aangelegen lieden van haar persoon verwaar loosde, was het toch