is toegevoegd aan uw favorieten.

In dagen van strijd

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

in Brussel, die niet over haar naïeveteit riepen, en inderdaad Silvia's heldere lach klonk juist zoo vroolijk als in dagen toen zij nog werkelijk slechts van harte had gelachen, en de kinderlijke wijze, waarop zij haar schoon hoofdje boog en beschroomd afwendde, was juist zoo onweerstaanbaar als toen zij nog met oprechte verbazing de taal van gloeiende bewondering gelezen had, die haar bevalligheid zoo welsprekend op ieders gelaat schreef. Het was bijna jammer, dat men dit waas van onschuld voor zoo natuurlijk houden moest; men had daardoor nooit het genot, dat men inderdaad met zooveel recht had kunnen smaken.

Er bestond voor Silvia in dit opzicht geen gevaar meer. De bevallige houding, het spel der kleine handen, zooals ze den waaier open plooiden of op het gebedenboek rustten, ja iedere blik der stralende oogen was zoo goed in haar geheugen geprent, dat zij die nooit meer daaruit verliezen kon. De Silvia, die met zoo vromen ernst ter kerke ging, en zoo vol innigheid ten hemel kon opzien, wist altijd hoe vroom zij was, en de Silvia, die met zoo jubelende vroolijkheid op bals rondzwierde, zag haar eigen beeld altijd in den spiegel harer gedachten als zeer betooverend, maar de ernst scheen zoo diep en de vroolijkheid zoo ongekunsteld, dat zelfs de op zulke punten scherper oogen der meeste vrouwen niet twijfelden, of zij hadden hier met de opwellingen van een nog volkomen argeloos gemoed te doen.

Alleen Lucia, door haar lang verkeer met haar jonge meesteres, en 't aandeel dat zij in sommige plotselinge invallen had, die, als men haar geloofde, slechts repetities uit het boudoir waren, en — de landvoogdes, die, zelf in alle kunsten van tooneelspel bedreven, ook in een ander zelden aan de waarheid van naïeveteit hechtte, twijfelden, de eene volkomen en de andere ten minste gedeeltelijk, aan de natuurlijkheid dezer onberekende stemmingen.

Silvia's betrekking tot Margareta was over 't geheel een eigenaardige. Wie ze oppervlakkig gadesloeg, zou in den toon der hofdame alleen eerbiedige onderwerping, in dien der gebiedster alleen moederlijke welwillendheid gehoord hebben; bij nauwkeurige waarneming echter maakte haar vriendschap den indruk van die soort van verbinding, die van weerskanten op zwijgen berust. Men zou dan gezegd hebben, dat de landvoogdes Silvia noodig had, en dat deze het wist, terwijl het in beider belang was volkomen onbekend met eenig plan te schijnen. Voor de wereld zou de bijna als bevel klinkende raad, dien Margareta haar beschermeling gegeven had, om zich niet met Nivelde bezig te houden, alleen een blijk zijn geweest, dat zij tlezen edelman niet in staat achtte haar gelukkig te maken;