is toegevoegd aan uw favorieten.

In dagen van strijd

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

omgeving, bovenal in de gelegenheid om zich te zien bewonderen, want het waren geen verheven gedachten, die het hoofd met de lange, golvende krullen, dat zij bij het denken aan Nivelde zoo angstig schudde, vervulden; maar kon zij het helpen, dat haar blik niet verder ging dan zich haar horizon uitstrekte? In de geschiedenis der coquette ligt altijd iets diep tragisch; het zijn de oogenblikken, waarop haar lichtzinnige levensopvatting zich tegen haar zelf keert door haar to toonen, dat hetgeen zij zoekt met schaamte en smart zal verbonden zijn, en zij voelt toch niets anders te kunnen zoelyen; ook de schoone, veel benijde Silvia was voor wie haar thans kon zien niets dan een arm, beklagenswaardig wezen, dat zich met al zijn luchtige pronk kleederen niet tegen de koude wist te dekken!

Hoe weinig vermoedde Edward deze gedachten, terwijl hij zoo zalig het paleis verliet. De menscli kan zich soms verwonderlijk rijk gevoelen en toch niets bezitten; het zijn gouden sluiers, die de illusie spint. Voor den jongen man, om wien Silvia zoo spottend had geglimlacht, scheen op dit oogenblik de zon met nooit gekenden glans, en de bloemen bloeiden in nooit gekende kleuren. Het geheele leven biocide op dat uur, een toon als van oneindig, jubelend gezang scheen door de wereld te gaan. Het was geen geluk, zooals hij het zich misschien in vervlogen tijden had voorgesteld, toen zijn oog in de liefde nog iets van den ernst zocht, die naar omhoog zag, en meende dat de zaligheid, die hij daar geloofde, een deel van "haar wezen in de sterfelijke borst had uitgegoten; liet was de opgewonden, gloeiende liefde, die geen engelenstemmen, maar koren van juichend genot hoort. Al de gedachten van plechtigen aard, die zich eens voor hem aan den stap, die over zijn leven beslissen moest, zouden vei bonden hebben, waren weggesmolten voor het vuur van zijn hartstocht, dat zulk een tooverachtigen gloed op de dingen wierp. Hij kon nu aan geen ernst meer denken, hij had een gevoel alsof alle denken zelf hem onmogelijk was, waar dat zoete: ik bemin u, van Silvia's schoone lippen vernomen, in zijn ziel weerklonk. Het was voor de eerste maal dat zijn oor dien toon vernam, en hij hoorde hem uit den verleidelijksten mond, die ooit een man had betooverd, hij hoorde hem, en — hij geloofde aan dat woord, hij waande zich waarlijk bemind.

Ja, op dit oogenblik was hij een zalige, die de vreugde genoot, welke door geen herinnering uit het verleden, geen angstig vermoeden voor de toekomst verdonkerd werd. Er was slechts één punt uit zijn vroeger leven, dat voor hem oprees, het was zijn afscheid van Ilruenoude, hoe hij gegaan was om het licht te zoeken.

En het licht was gevonden! juichte zijn hart.