Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Hij trad snel tusschen haar cn Filips, terwijl hij op luchtigen toon antwoordde: «welk een oud onderwerp haalt ge daar op! men kan zien dat ge uit de provincie komt."

»Ik vraag nederig om verschooning, maar ik moest wel denken, dat gij in het onderwerp belang zoudt stellen, niet waar masoeur?" sprak Filips met een spot, van welks wreedheid hij tot zijn eer zelf geen begrip had.

Het jonge meisje richtte zich op, baarlippen wilden spreken, maar geen geluid werd hoorbaar. Terwijl Reinout zich zoo plaatste, dat de nieuwsgierige blik van baar broeder haar niet kon treilen, was hij genoodzaakt haar vluchtig aan te zien, en een huivering ging door zijn leden. De trekken waren niet verwrongen, de handen niet met woeste smart in elkaar geklemd, de borst zwoegde nieten geen kreet van jammer deed die half geopende lippen trillen, maar toch was zij een beeld der vertwijfeling, der levend geworden wanhoop, wier tong alleen verstijfd was omdat zij geen woord had kunnen vinden, sterk genoeg voor haar klacht. Geen spoor van kleur was er meer op het marmeren gelaat, en uit den blik der wijd geopende oogen, boven welke de zware wenkbrauwen zich tot één lijn hadden saamgetrokken, sprak een namelooze kommer, een doodelijke ontzetting, te akeliger naarmate die onbewogen trekken van de inspanning getuigden, waarmee het gevoel bedwongen werd. Zij ontwaarde niet dat Reinout haar bespiedde, zij zag op ditoogenblik niets dan de puinhoopen van haar vernield levensgeluk. De lippen konden haar smartkreet terughouden, maar het luchtige woord, dat ieder leed verbergen moest, konden ze niet vinden.

Meerwoude kwam haar te hulp. »Wij koesteren alle verschuldigde belangstelling," antwoordde hij, »te meer daar dit, voor zoover ik weet, ons eenig nieuws is. Hebt ge iets anders gehoord ? of teren ze daarbuiten nog op onze resten?"

»Ja, en ze schijnen die even onverteerbaar te vinden als wij. Het was al gek lag over de landvoogdes, wat ik hoorde."

»Zoo waarlijk?" hernam Reinout onverschillig, en vervolgde, zich tot Helene wendend: «doe geene verdere moeite, het boek is zeker boven blijven liggen."

»Ik zal het halen," antwoordde Helene, de uitkomst, die deze onderstelling haar bood, haastig aangrijpend. Zij had haar zelfbeheersching herkregen, en Filips bemerkte niets ongewoons aan haar, toen zij hem voorbijgaande het vertrek verliet.

\erwonderd staarde hij haar na. »Wel, dat valt mij tegen," riep hij, »ik dacht dat zij het zich toch meer zou aantrekken, dat Meiville zoo snel van zijn liefde voor haar bekoeld is, maar ze heeft er geen

Sluiten