Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

haar kon steunen. Die droefheid, die op geen hulp rekent waar zij zich openbaart, die slechts klaagt te wille van de klacht, en niet vraagt dat men haar tranen droge, maar anderen met haar wil zien weenen, die droefheid kan zich alleen aan een vrouwenhart lucht geven. De man, ook waar hij deelneming voor de onherstelbare smart koestert, moet verder; zijn werk roept; hij kan zich niet van zijn bezigheden losmaken en neerzitten naast het leed, dat hij geen kracht heeft op te beuren. Men betreurt zoo dikwijls, dat de vrouw geen arbeid genoeg heeft; velen, die een grooten kommer te dragen hadden, zegenden liet, dat zij zooveel tijd bezit om mee te lijden.

Ook Helene zou de vrouwelijke stem die haar deelnemend toesprak, het oor dat geduldig naar de duizendmaal herhaalde, nooit te beantwoorden vraag: waarom moet ik dit dragen? luisterde, gezegend hebben. Zij voelde haar verlatenheid zwaar, zij zou haar tranen veel liever vrij hebben doen stroomen, dan ze angstig te verbergen, maar nu, zonder dien vurig gewenschten troost, greep zij als eenig schild voor de wonden, waarop geen mannelijk oog rusten mocht, naar een schijn, die reeds menige smart bedekte. Zij zag nog eens Edwards helder blauwe oogen met die uitdrukking op haar rusten, die haar voor het eerst geleerd had, welk een schoone wereld voor het hart kon opengaan dat die taal verstond, zij voelde nog eens al haar verlangen. haar hoop en haar liefde ontwaken, en dan — breidde zich een dichte sluier over die beelden uit: het zwijgen, dat voortaan er op rusten zou.

Zelfs Reinout kon niets aan haar bemerken, toen hij haar den volgenden dag met Edward en zijn verloofde aanschouwde. Zonder ^ontroering begroette zij het jonge paar, en buiten den snel voorbijgaandeu blos, die haar wangen bij den aanblik der schoone Italiaansche overtoog, was haar ontvangst zoo bedaard en welwillend als der jonk vrouwe van Vredenborg paste. »Zij is trotsch," sprak het in Meerwoude's gemoed, en hij zag met behagen, dat zij de kracht bezat haar gevoelens te onderdrukken; er was fierheid en zelfbeheersching in haar; zulk een vrouw kon de deelgenoot van groote ondernemingen zijn en was waard door een man in zijn plannen gekend te worden. Mij zag Edward bijna verwonderd aan; voelde deze dan niets van het verschil dat hem met heimelijke geringschatting op de druk, maar zeer onbeduidend pratende Silvia deed staren?

De bevallige hofdame kwam inderdaad ditmaal niet zoo voordeelig uit. als men van haar door een smaakvol toilet nog verhoogde bekoorlijkheid had kunnen wachten. Hier waren geen aanbidders op wier vleitaal een naïef antwoord te geven was, geen minder sierlijke kostumen die men met geestigen scherts belachelijk kon maken, en geen

Sluiten