Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zich van hem meester. Hij had haar liefgehad, zooals bijna ieder jongman op zijn tijd een liefde koestert, die voor sterker gevoelens wijken moet, en zij had die neiging beantwoord, om haar dan evenals hij te vergeten; aan dat laatste kon hij bij den aard van haar ontvangst niet twijfelen, maar waarom moest een zoo stijve, vreemde verhouding uit dat eens zoo hartelijke samenzijn overblijven? Kon geen vriendschap de plaats innemen, die hun jeugdige genegenheid verlaten had? Ilij trachtte een warmer toon aan te slaan, maar tevergeefs. Reinout hield het gesprek steeds bij onderwerpen, die Silvia in de gelegenheid stelden den hoofdtoon te voeren, en scheen geen dringender taak te kennen dan haar geheel te doen uitkomen, dat wil zeggen: op die punten, waar het licht, dat hij op haar vallen liet, niets te beschijnen vond. Met haar kunde was dit doel gemakkelijk te bereiken, en daar de gevoelens der jonge bruid zich zoo geheel naar haar belangen hadden ontwikkeld, was het voor iemand, die deze kende, niet moeielijk om ook aan de teederheid van haar gemoed een bescheiden twijfel op te wekken. Zelfs Edward, al sloeg hij zijn schoone geliefde met al de verrukking van een gloeienden hartstocht gade, kon de gewaarwording niet onderdrukken, dat iets meer kennis ook op zulke lippen toch zeer wenscbelijk zou zijn, en dat de luchtige antwoorden, die Silvia op vragen gaf, door Meerwotide gedaan om een blijk van gevoel uit te lokken, niet altijd zoo klonken als hij gewacht had. Zij begrijpt hem niet, verontschuldigde hij haar in stilte, terwijl hij zich tegelijk voornam haar van sommige dingen wat meer begrip te geven, maar met dat al verheugde hij zich toen het bezoek was afgeloopen; hij vermoedde dat de indruk der bevallige bruid, die zich in vroolijken scherts over deze ernstige menschen te buiten ging, niet zoo gunstig was als zijn bewondering had gewild.

Hij had juist gegist. »De Signora is zeker schoon, maar haar conversatie is niet schitterend," merkte Meerwoude aan, zoodra de jonkvrouw alleen met hem was; »de belezenheid onzer meeste dames reikt wel niet verder dan tot den Amadis de Gaule, maar dat is toch een boek, en men kan er iets van zeggen."

Helene antwoordde niet, het was of zij haar gedachten verzamelen moest; dan vroeg zij: »zoudt gij denken dat zij goed is? zou zij hem liefhebben?"

De stem der ijverzucht! — meende Reinout in stilte. Nu Edward haar niet behoorde, wilde zij de overtuiging genieten, dat de begunstigde, die hij boven haar verkoren had, hem niet gelukkig zou maken; het was dat gevoel, waarop de edelman zijn gansche plan gebouwd had. »Ik heb mij niet verrekend," sprak het in zijn binnenste, doch

Sluiten