is toegevoegd aan uw favorieten.

In dagen van strijd

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

werden, ging Edward zijn weg, echter niet met die stralende uitdrukking van gelaat, die bij de benaming van: gelukkig bruidegom zou hebben gepast. Er rustte een wolk als van onaangename gedachten op zijn voorhoofd. Het koele gedrag van De Burge had hem steik gehinderd. Niet dat hij zulk een waai de .aan den jongen edelman hechtte of zich in zijn trots beleedigd kon noemen, want de vormen der hoffelijkheid waren volkomen in acht genomen, maar er was in dien formeelen toon en groet iets geweest, wat hem aan een opzet denken liet. Hij had in de houding zijner kennissen sedert kort een verandering bespeurd, waarmee hij ook dit verschijnsel in verband bracht; en wat geen indruk op hem gemaakt zou hebben, had hij het als een toevallige luim kunnen beschouwen, deed hem nu pijnlijk aan. Met groote minzaamheid in hun kring opgenomen, was hij weldra op vertrouwelijk en voet met de meesten der jonge edelen gekomen en van geen hunner zaken uitgesloten. Zij lachten om zijn kerkelijkheid of zijn onkunde in hun politieke geschillen, maar namen overigens voor hem geen meerdere terughouding in acht dan voor elkander. Nivelde, die geacht werd een minnaarder schoone Silvia te zijn, was niet gewild, en men zag dus gaarne dat een mededinger om haar gunst zijn ijverzucht opwekte; aan een einstig gemeende verloving dacht niemand, want men wist zeer goed. welk een voorwaarde de landvoogdes aan het bezit harer gevierde hofdame hechtte. Edward werd om Viale met hollelijkheid, om zich zelf met genoegen in hun gezelschappen ontvangen, en vooral üe IJurge had zich altijd zeer hartelijk jegens hem betoond. In de laatste weken echter kwam het hem voor, alsof tusschen hem en zijn vroeger zoo vertrouwelijke bekenden een plotselinge stoornis gekomen was. Met het openbaar worden van zijn verloving had hij er de eerste sporen van bemerkt. Er had iets spottends en tegelijk koels in de gelukwenschen, die men hem bracht, doorgeschemerd, en na de strenge bevelen uit Madrid was dit nog sterker geworden. Edward kon zich niet over een bepaalde uiting beklagen, integendeel men behandelde hem met bijna overdreven beleefdheid, maar het was hem toch reeds meermalen in 't oog gevallen, dat zijn tegenwoordigheid nu een dwang scheen op te leggen, dien men vroeger nooit gevoeld had. In de gezelschappen, waartoe men hem even druk bleef uitnoodigen, kon hij verzekerd zijn, dat de groep, waarbij hij zich voegde, nooit dan over onbeduidende zaken sprak, en kwam een staatkundig onderhoud nog een enkele maal binnen het bereik van zijn gehoor, dan werd het in zoo gematigde, bijna niets zeggende woorden gevoerd, dat hij vol bevreemding aan den vroegeren openhartigen toon terugdacht.