is toegevoegd aan uw favorieten.

In dagen van strijd

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Met behoedzaamheid liad hij den graaf van zijn dwaling trachten te genezen, maar zijn woorden waren, zoowel toen als later, vruchteloos geweest, want zij vielen in het oor van een, die zich had voorgenomen ze niet te verstaan. Zoodra de jonge man een meening, die niet met de zijne strookte, wilde uiteenzetten, sneed Viale het onderhoud af, en de uitspraken, welke hij niet kon beletten, werden door hem over 't hoofd gezien, alsof ze niet gedaan waren. Hij vermeed alle gelegenheden, waarbij Edwards erbarmen in 't spel kon komen, en stelde het onrecht, dat de geliefde moederkerk lijden moest, thans meer op den voorgrond dan de wraak, die zij daarvoor nam, maar hij liet toch altijd doorschemeren, dat hij van zijn gunsteling al de verwachtingen koesterde, die men van den ijverigen dienaar van Rome mocht voeden. Viale, dat zag Edward duidelijk, wilde aan hun overeenstemming van denken gelooven, en wanneer hij zich herinnerde dat de graaf zijn weldoener was, wanneer hij diens genegenheid telkens zag uitkomen, en zich voorstelde hoe diep elk verzet hem zou wonden, kon hij er zelf een zucht om slaken, dat die overeenkomst niet werkelijk bestond, dat hij niet aan de hoop kon voldoen, nog steeds op hem gevestigd, een hoop die hij geen kans zag te verstoren, en die hij toch wist dat ijdel was. Die gedurige slingering tusschen het verlangen om de wenschen van den man, aan wien hij zooveel verplicht was, te vervullen, en de behoefte om zijn gevoelens lucht te geven en ruiterlijk te zeggen, dat hij geen antwoord meer had op al de vragen, die men hem stelde, zij begon sombere wolken over zijn lachende hemel te teekenen, wolken die zelfs de gewenschte verandering, welke zijn leefwijze ondergaan had, niet kon verdrijven.

De kamer, waarin hij peinzend zat, was niet in Viale's woning gelegen; hij had sedert eenigen tijd opgehouden diens huisgenoot te zijn. Onder den indruk van het vernederend gevoel, voor werktuig te gelden, had hij den graaf met aandrang verzocht, zijn betrekking een meer bepaald karakter te geven, en deze had aan zijn verlangen voldaan. Hij had hem meegedeeld, dat de landvoogdes zijn aanstelling in 's lands dienst wenschte, en zelf voorgesteld dat Edward, ofschoon hij het grootste gedeelte van zijn tijd bij hem bleef doorbrengen, buiten zijn huis zou wonen. Het was of de graaf eiken schijn van af hankelijkheid wilde wegnemen, en de jonge man had ondanks de erkentelijkheid, die Viale's gunst hem afdwong, met blijdschap een verandering begroet, die hem geheel zelfstandig maakte, ja in zijn eerste vreugd had hij alle moeielijkheden als daarmee overwonnen beschouwd. Terwijl hij zich vol ijver aan zijn nieuwe bezigheden wijdde, overlegde hij met zelfvoldoening, dat op deze loopbaan toch alleen eigen werk-