Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zaamheid als grond van bevordering zou kunnen gelden, en in gedachten zag hij reeds eiken tegen hem opgevatten argwaan verdwijnen, maar helaas — het was bij de gedachte gebleven. Dat pijnlijke verschil tusschen hem en Viale was niet opgeheven, al mocht hij eenige uren met een arbeid doorbrengen, die hem daarvan afleidde, en de edelen hadden hun houding van wantrouwende beleefdheid niet veranderd. Die spottende glimlach, die om hun lippen zweefde als hij een meening uitsprak, welke vrijheid en verdraagzaamheid verdedigde, bewees dat zij niet aan zijn woorden geloofden, ja het scheen of zulke uitingen hen nog koeler en voorzichtiger maakten; zagen zij valstrikken daarin, om hun eigen gevoelen uit te lokken ? Zij deden Edward bitter onrecht, en naar hij meende dubbel na zijn vertrek van Viale, dat duidelijk getoond had, hoe hij zich niet als werktuig wilde laten gebruiken, maar hij voelde zich machteloos tegenover hun gedrag. Hij kon geen rekenschap vorderen, waarom ze hem niet vertrouwden, en zou zich alleen belachelijk maken, door op hun beleefd : »is het niet vreemd, dat graaf Egmond op zijn leeftijd het nieuwe hofkostuum van de jonge edelen draagt?" of: »vindt gij t geen prachtig stel paarden dat de prins van Oranje gekocht heeft?" te antwoorden: »gij zoudt mij vroeger gevraagd hebben, wat ik van hun plannen en gedachten oordeelde; rekent ge mij in staat misbruik van uw vertrouwen te maken, dat ge mij in geen belangrijke zaken meer kent?" Het was vernederend zulke vermoedens begrepen te hebben, en wat zou de vraag daarenboven uitwerken ? Dalvilliers, bij wien hij hoopen mocht, na een ronde verdediging op een open aanklacht te worden vrijgesproken, had Brussel verlaten; hij kon het gedrag zijner bekenden dus alleen daarmee beantwoorden, dat hij zich zooveel mogelijk van hen terugtrok, maar zijn leven was hiermee zeer eenzaam en nioeielijk geworden. De aanhangers der vrijheid noemden hem een spion der regeering; de aanhangers van Granvelle en de felste koningsgezinden zagen in hem slechts den gehoorzamen dienaar der landvoogdes, en begrepen niet hoe Viale iemand tot gunsteling koos, die zoo weinig fanatisme bezat: voor beide partijen was hij dus een voorwerp van argwaan en teleurstelling. Hij kon, wanneer hij zulks wilde, eiken avond in vroolijke gezelschappen gaan, waar men hem zeer voorkomend ontving, maar uit al die vroolijkheid bracht hij slechts sombere indrukken naar huis.

Ook nu schoof hij met een uitdrukking van verdrieten vermoeidheid de taak, waarmee hij werktuigelijk bezig was geweest, ter zijde, en dacht lusteloos aan de waarschijnlijke onaangenaamheden, die deze avond, dien hij niet had kunnen weigeren bij Meerwoude door te brengen, voor hem zou hebben, toen zijn oog op een blief viel,

Sluiten