Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

te gaan. Hij wierp het hoofd in den nek en smeet eenige goudstukken op tafel.

«Kom, gij moet meedoen," herhaalde De Burge, die daar hij gewonnen had, in een zeer rooskleurige stemming verkeerde en stoute begrippen ontwikkelde over een algemeen menschenbond, dat vooreerst een gezellig spel ten doel zou hebben, maar verder tot verspreiding van geluk onder de wilden kon dienen, mits men tot voorwaarde stelde, dat de leden altijd volkomen nuchter moesten zijn.

üf dit plan door zijn nieuwheid of door eenige andere schitterende eigenschap, misschien wel zijn bijzondere uitvoerbaarheid, Reinouts bedenkingen overwon, genoeg, hij trad naderbij en wierp een handvol gouds neer, ongeveer als een wijs man, die de wenschen van een paar dwaze kinderen bevredigt. Daar de inzet niet was opgegeven, had Meerwoude een onbepaalde som kunnen inzetten; de eer der overigen echter eischte, dat zij geen geringere daartegen stelden, en de meesten verdubbelden dus liet vóór hen liggende geld, want het was een vrij aanzienlijk bedrag waarmee Reinout zoo achteloos scheen om te gaan. De kans der fortuin was hem intusschen zoo gunstig, alsof hij een lange berekening had kunnen maken. Hij won, en het gevolg was dat de anderen revanche vorderden. Men speelde eenigen tijd met wisselend geluk, maar aan het einde bleek, dat Meerwoude, die volkomen kalm was, gewonnen, de meeste anderen tamelijk veel verloren hadden. Filips was onder de laatsten. Edward verzelde hem een eind weegs, en terwijl de jonge man reeds van nieuwe feesten sprak, was zijn stemming somber en gedrukt. Hij zag de onvermijdelijke gevolgen, die Filips' verkwisting moest hebben en het hopelooze gevoel, het gevaar te kennen en toch onvermogend tot redding te zijn, vervulde hem. De onbehaaglijke, rillige ochtendstemming, die zulke warme avonden gewoonlijk volgt, mocht eenigen invloed hebben, hoe kort zou die mogelijk duren? en al ging hij met het vaste voornemen naar huis, om den jongen edelman met raad en daad bij te staan, hij kon niet beletten, dat de woorden van Vredenborgs ouden dienaar hem gedurig als een profetie in de ooren klonken: woorden hebben nog geen krommen boom recht gebogen.

Diezelfde gedachte, was het ook in anderen vorm, vervulde tegelijkertijd nog een hoofd, dat zich met deze onderwerpen bezighield, Eelco namelijk, die, terwijl Edward Filips naar huis bracht, die ledige flesschen en glazen opruimde, wier inhoud zoo verderfelijk geweest was. »Het is verbazend," mompelde hij, »hoeveel deze menschen opkunnen; ik herinner mij eens, toen ik acht flesschen beet had, geen negende meer gelust te hebben, maar dit soort zou nog willen drinken als zij hun mond niet meer kunnen opendoen; ik geloof—" de stem

Sluiten