is toegevoegd aan uw favorieten.

In dagen van strijd

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

oogen met geestdrift naar omhoog, zijn omgeving zonk voor hem in het niet.

Edward sloeg hem bezorgd gade. Hij vreesde dat de hartstochtelijke dweper zich zelf zou verraden, maar Silvia was te onwetend, om uit die taal eenig kwaad vermoeden te scheppen. Zij putte uit zijn woorden geen ergernis voor haar godsdienstig gevoel, en wat misschien zeldzamer mocht heeten, ook haar wereldsche gevoelens waren niet ontstemd. Er was geen toorn in haar blik, dat men de ijdelheid van datgene verkondigde, wat zij prees, er was alleen ongeloovige verbazing in haar oogen, terwijl zij die op den Hugenoot vestigde. »Gij kent de wereld niet," zeide zij met dien zachten, verlokkenden toon, dien haar lippen zoo goed konden aannemen, en slechts het naar hem toegebogen gelaat fluisterde: «wilt gij u door mij luten leeren ?"

Haar toon en blik waren nutteloos verspild. Streng antwoordde de vreemdeling: »in uw vreugde kan ik niet deelen; het is thans een tijd der smarte, en een stem gaat over de wereld, roepende die waard zijn te volgen, doch niet met blijden klank, neen, leerende als de prediker: jeugd en jonkheid zijn ijdelheid, en het treuren is beter dan het lachen, want door de droefheid des aangezichts wordt het hart gebeterd."

Edward legde zijne hand op den arm des ij veraars. »Bedenk waar gij zijt," fluisterde hij dringend, terwijl zijn blik met angst dien zijner bruid zocht.

Deze lachte; de waarschuwende woorden hadden haar niet afgeschrikt; vroolijk hernam zij: »dat zijn sombere gedachten, die willen wij hier niet hooren; gij zijt nu onder menschen, die liever blijdschap dan treurigheid zien." Zij maakte een der rozen uit haar ruiker los, en reikte die den vreemdeling.

»Laat ze u een belofte zijn, dat het leven bloeiend kan worden als deze," sprak haar welluidende stem.

Hij stak de hand, hoewel aarzelend, naar de bloem uit. Zoo had do schoone coquette zeker nog nooit een gave, door haar aangeboden, zien aannemen. Was het de schroom, ja de weerzin, waarmee zijn vingers haar aanraakten, of was het alleen toeval? maar de geurige roos gleed uit zijn hand, en lag, door het vallen ontbladerd, voor Silvia's voeten, die met schrik op haar vernietigend geschenk staarde.

De 1' ranschman bemerkte dat. »Het is de belofte des levens," zeide hij ernstig, «ontbladerd eer het in vollen bloei prijkt, gebroken eer het is genoten."

Er heerschte een korte, pijnlijke stilte. Was het een opwelling