is toegevoegd aan uw favorieten.

In dagen van strijd

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

»Mij dunkt, de schoone Silvia is in den laatsten tijd vrij ongenaakbaar," zeide Filips van Vredenborg op zekeren middag, met het hem eigen gemis aan tact; »hebt gij iets met haar gehad?"

»Neen, en..."

»Gij zoudt het mij ook niet vertellen; nu, zooveel te beter voorn, ik wenschte dat ik ook zeggen kon, dat er met mij niets was, maar ik zit geweldig in 't nauw."

»Toch niet met liefdezaken ?"

»Neen, waren die het maar; liet zijn geldzaken."

Edward was eigenlijk niet in een stemming om zich met Filip's klacht in te laten, de ontdekking dat het gedrag van Silvia reeds genoeg in 't oog vallend was, om zelfs door vreemden bemerkt te worden, hield hem pijnlijk bezig, doch hij begreep ook dat zulk een ongezochte gelegenheid tot raadgeving aan den jongen man, die zijn vermaning zoo noodig had, niet spoedig zou terugkeeren. Filips bood hem uit eigen beweging een vertrouwen aan, dat hij zeer moeielijk kon vorderen, en zijn persoonlijke belangen dus van zich afzettend, moedigde hij diens mededeelingen over een toestand, dien hij reeds vrij wel kon gissen, met hartelijkheid aan. Zij behelsden wat hij verwacht had. Om onaangenaamheden thuis te ontgaan, was de jonge Vredenborg tot geldleeningen gekomen, eerst bij kennissen, daarna bij vreemden, en deze sommen hadden langzamerhand een hoogte bereikt, «He hem terecht verontrustte. Hij zag nog slechts één redmiddel. Al de pretensies, die op hem te maken waren, zouden overgenomen en hem behalve een uitstel van betaling nog een goede som contant verstrekt worden, zoo luidde het aanlokkelijke voorstel van den geldschieter, tot wien hij zicli in zijn nood gewend had, maar — de belooning, die voor dezen liefdedienst geëischt werd, had toch zelfs Filips' onbedachtzaamheid tot nadenken gebracht. »Ilij is een solide man, dat zegt zelfs Meerwoude, en zoo voorkomend als ge maar wenschen kunt," besloot de jonge Vredenborg, »doch hij vraagt lioogen interest en hij wil er altijd mijn vaders naam in mengen, het is of geen waarborg hem groot genoeg is. Ik kan die schriftelijke verklaringen, die altijd nog erger uitkomen dan men eerst dacht, niet uitstaan; wat dunkt ü er van?"

»Dat gij verloren zijt als gij u met dergelijke zaken inlaat," antwoordde Edward zeer ernstig; »gij kunt na alloop van dien termijn evenmin betalen als thans, maar gij hebt uw schuld dan nog met een derde vergroot, en de hulp, die u thans geworden kan, is weder veel bemoeielijkt."

»De hulp? wie zou mij helpen? Van Meerwoude wil ik niets meer vragen, ik sta toch al bij hem in schuld en zou hem er niet gaarne