Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

laagheid zal verwerpen. Ik hoop voortaan tegen de uwe te waken."

Hij wendde zich met hooghartige waardigheid af, maar ofschoon hij met vasten tred zijn weg vervolgde, innerlijk was hij diep verslagen. Hij begreep dat zijn breuk met Reinout tot nieuwe kwade geruchten leiden zou, doch bovenal de ontdekking van diens plannen ten opzichte van Filips, en het verband tusschen die listen en Helene, vervulden hem met angst. Hij zag duidelijk, dat de jonge edelman de verleiding, waaraan hij blootstond, niet zou weerstaan, en toch kon hij aan die verzoeking geen einde maken. Er was ook niet één bewijs tegen Meerwoude, dat hij Vredenborg waarschuwend kon meedeelen, en daarenboven, zou men hem gelooven? Wat was hij anders in aller oogen, dan wat Reinout hem genoemd had, een gelukzoeker, dien men van lage belangzucht beschuldigde? de moeielijkheden zijner positie traden ook hier tusschenbeide. Zijn vroegere vrienden zouden niet meer naar de stem van iemand hooren, die een slaafsche hoveling heette, en zij, om wie hem die smaad trof, behandelde hem reeds met een onverschilligheid, die aller spotzucht opwekte. Hij wilde niet anders gelooven, of de woorden, die hij bij het noemen van Silvia's naam had meenen te onderscheiden: »laat hem maar begaan, zij heeft ook haar vrienden, dat weet Nivelde," behelsden slechts lage scherts, doch haar onverklaarbaar gedrag bleef hem diep grieven, liet wekte even sombere vragen op. Wat was het doel van Silvia, van de landvoogdes en Reinout, zelfs van Viale? In aller handelwijze zag hij berekening, maar nergens begreep hij waartoe de uitkomst hem voeren zou, nergens zag hij een mogelijkheid tot veranderen en redden. Iets van die diepe moedeloosheid kwam over hem, waarmee Frank na liet gesprek met den vluchteling tot zijn vaders beeltenis opgezien en gevoeld had, dat er vragen in hem waren ontwaakt, waarop hij geen antwoord wist, en die hij bijna niet dorst stellen; iets van de stemming, die in iedere gedachte den killen adem van twijfel en argwaan bespeurt en niet weet wat zij zal wenschen, de vergetelheid die zij overtuigd is niet te mogen hopen, of de kennis die zij zeker is te moeten vree zen. Hij kwam langs Margareta's helder verlicht paleis. »IIad ik het nooit betreden!" prevelde hij,en een diepe zucht volgde die woorden; hij voelde dat die lichten vota' hem niet meer schenen.

Sluiten