Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Katholieken wenschten, oprechte, weldenkende Katholieken. Laten wij de nieuwe leer dulden, riepen zij, en zij willen een bond stichten, Din dat te bewerken. Maar ik zeg u, wij zijn reeds te ver gegaan om nog zachtheid te kunnen oefenen, onze vervolging dwingt ons tot nieuwe nog strengere vervolging. Wij kunnen de Protestanten niet ontboeien, want wij hebben hen tot het uiterste gedreven en de vrijheid van een onderdrukt volk is de wraakneming op zijn verdrukkers. Moeten zij niet uit iederen bijl, die met het bloed van honderden hunner broeders gekleurd is, een wapen maken om hun beul er mee te treilen ? wat zouden zij anders doen dan een in hun oog rechtmatige vergelding oefenen, indien zij iederen Katholiek uitroeiden?"

Het was een vraag die in deze dagen door velen werd opgeworpen, en zij verdient herhaald te worden om het schoone antwoord, dat Nederland daarop gegeven heeft. Neen, die oneindige som van onrecht, ze is niet met wraak betaald. Als er een vlek, een daad van vergeldend geweld op onze vrijheid kleeft, het is niet meer dan een druppel, vergeleken bij de zee van bloed door Rome in deze landen vergoten. Wat het Protestantisme van die dagen ook aan verlichting, aan eendracht moge gemist hebben, het heeft twee daden volvoerd, die al zijn dwalingen uitwisschen: het heeft de tirannie overwonnen — en in zijn zegepraal genade geoefend jegens den 011 verzoen lij ken vijand, die nooit genade had gekend.

Voor Edward kon die blijde zekerheid, waarop latere geslachten met rechtmatigen trots terugzien, nog niet bestaan; Viale'swoorden trollen hem dus, maar dan riep hij: «misschien handelen deze Katholieken verkeerd, omdat zij het als Katholieken doen; misschien moesten zij, als de zegepraal van liet Roomsche geloof hun alles is, voor geen enkel verzet genade schenken; ik kan niet als zoodanig handelen." Hij hield een oogenblik op en sprak toen: »ik beneeen Katholiek." ö

«Edward, gij zoudt....?"

«Laat mij u alles zeggen. Toen ik in Brussel kwam, bezat ik een vast geloof, flat in de gebeden der Roomsche kerk sprak en dat ik voor Katholiek hield, maar het was dit niet. Ik heb eerst hier de kerk leeren kennen, en haar vormen ontvielen mij, een oogenblik ook mijn geloof. Ik ben nooit tot een twijfel gekomen, die alles, zelfs God verwierp, zooals velen in deze tijden doen, zooals ik zelf dacht dat men doen moest, wanneer men noch de leer van Rome noch die der ketters beleed, maar ik wist niet meer hoe hem te aanbidden. Het waren kettersche lippen, die mijn geloof weder trachtten op te wekken en ..."

»U tot een ketter maakten?"

Sluiten