Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

deelte van de asleiding: de schroefas, die hier vóór in den schroefaskoker en bij buitenboord wordt gesteund en daar op het tapsche deel de schroef draagt, die met een moer wordt opgesloten.

Afmetingen van de kam as.

Waar de lengte het toelaat, zijn voordeeliger vele kragen met een kleine verhouding van D dan minder kragen met

grootere — . Hoe breeder toch rand a, hoe ongelijker de

slijtingstoestand wordt. Eerst zal de omtrek 't meest slijten door grooter snelheid, dan zal de druk op de middendeelen grooter worden en dus daar de slijting grooter. Afwisselend zullen de dragende oppervlakken hol of bol zijn, en dit te . D

erger, naarmate grooter is.

De verhouding wisselt ongeveer tusschen 1.3 en 1.6.

Voor grooter uitvoeringen komt tegenwoordig alleen het kanibloktype met verstelbare segmenten voor. 't Blok is trogvormig en draagt de as aan weerszijden der kragen over een lengte van '/•> blok, dus ^ 0.6 asdikte. Aan de 4 hoeken zijn nokken, waar 2 draadstangen in zijn opgesloten ; tusschen de moeren hierop zijn de segmenten te stellen; stangen of alleen de moeren van brons, de segmenten over 't dragend deel veelal met wit metaal gevoerd, 't Dragend oppervlak van zoo 11 ring is in fig. 39 gearceerd. In de segmenten is meestal watercirculatie.

Grootte van het dragend oppervlak.

Van het aantal I.P.K. komt 2/3 terecht als nuttige arbeid (snelheid schip X stuwdruk).

_ I.P.K. X - X 75 „ IPK IPK _

18521- : 3600^ = ~V~ X ,0(,kGof lor ron.

Hierin beteekent T = stuwdruk.

V == snelheid van het schip in knoopen. Als toe te laten druk kan worden aangenomen: 3 a 4 KG/cm2.

3

Sluiten