Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Berekening: van de drijfstang.

Krachten, die op de drijfstang werken.

De drijfstang wordt belast door:

i°. de stangendruk,

2°. wrijvingsmomenten aan de uiteinden, 3°. de massakrachten,

4°. het eigen gewicht,

5°. de kracht noodig voor het bewegen van de stoomschuif, wanneer deze beweging van de drijfstang is afgeleid.

Gedurende een gedeelte van elke omwenteling treden in driif-

F'g. 4°-

Fig.41.

stang en zuigerstang drukspanningen op, die oorzaak van knik zouden kunnen zijn. In de hierop berustende formules treft men zekerheidscoëfficiënten aan, die varieeren tusschen ongeveer 15 en 22 bij zuigerstangen en tusschen 3 en 100 bij drijfstangen.

Het groote verschil dezer getallen doet zien, hoe ver de spanningstoestand van de drijfstang in de meeste gevallen van knikgevaar af is.

Heeft berekening op knik reden van bestaan, dan ziet men, dat de drijfstang in het vlak, dóór de krukas zal knikken als

g. 4 aangeeft en in liet vlak loodrecht op de as volgens fig. 41.

Sluiten