Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Fig- 54-

Noemen we IV de bewegingsweerstand van de schuif,

*1 het nuttig effect van het stoomschuifbewegingsmechanisme, dan is

Q X ~ = B P V

Aan de einden zal de kracht Q geen vergrooting van moment veroorzaken; ter plaatse, waar Q aangrijpt, neemt

het moment toe met — "f •

Bovendien werkt nu de kracht I> aan een hefboomsarm /= doorbuiging bij Q. We mogen voor /nemen; +

(// + K) /- Qp 48 EI

16 EI ' '' ,s waar is 4<s FI de doorbuiging door Q,

als deze kracht juist in het midden aangrijpt — en dit is meestal met het geval — maar deze te groote aanname compenseert de toename der doorbuiging door de kracht 1>. I3e optredende spanning" wordt

~ is A- ^ LJ 1 Qab . _

p , 1 + / H + 7 + pf

* = 1- t

~dl

4 32

Met de aannamen: a = b — —( Cn: dx = 5-P' , .

2 0"2

pag. 46) vindt men:

d* mm ~(2 4- °~l~ \_j. loQot , QfP

V 50oooiy er / ' 24000/*

Een snelloopende, dus wel steeds rechthoekige stang, met schuifbeweging.

Rekenen we dat het max. buigmoment optreedt waar O aangrijpt, dan wordt

Sluiten