Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Beide uitdrukkingen zijn maximum voor p = o. De denkbeeldige spanning <rmax is daar:

_ _ 3 (w — i) (3 m + i) p A-'

Jn,a\ o 9 FS .

8 ni- At

\r 10 p R'2.

\ oor ii= ^ . fl-mw = 0.87 /^.) of uitgedrukt in den

totaaldruk P = /«-A'2. <rmM = 0.28 ^.

Bij inklemming kan de rand niet vervormen; y moet dus = o zijn voor p = R ^volgens (3) is dan T = 'S ^

r _|_ R* ^ R2

8 = O- 8 '

— Ex = ^ < /£! , fs\

A* \ 8 3 8 y

- £> = JA ;"2- 1 /*! _ P2\

h* m- \ 8 8 /"

De spanning <r in het midden is:

„ _ 3 0«2 — O p A'2

8 W -' /<2 •

ƒ verwisselt niet van teeken en neemt van de naaf tot den rand af tot o; x is bij de naaf negatief, wordt o en is aan den rand weer positief. De spanning daar is tr =

3 M* — I pR2 ^

4 in2 kt * ^eze 's de grootste cn dus maatgevend.

TT 10. f) y?2 ii

\ oor m = ,s rmal = 0.68 P - = 0.22 ,, . 3 hl

In de praktijk is inklemming, als hier bedoeld, niet te bereiken door de elastische eigenschappen van de verschillende materialen. Een kleine vervorming van den rand, veel geringer dan bij oplegging het geval is, zal altijd aanwezig zijn.

We zijn dus steeds tusschen de beide gevonden grenzen in; dit voert tot de formule:

P

1 = 0.21;

3 k*

Sluiten