Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Daar nu K- = a D, wordt M = D a. (2)

Ditzelfde moment treedt op in X als we in A een tangen-

tieele kracht T laten aangrijpen, ter grootte van: T — .

Dit levert ons tegelijk een middel 0111 voor beproefde veerringen na te gaan met welke spanning zij tegen den wand hebben aangelegen; want T is niets anders dan de kracht, noodig om de veer op maat te klemmen en is gemakkelijk waar te nemen.

Langs dezen weg zijn voor zuigerveeren, die goed hadden voldaan, de volgende waarden voor p gevonden:

Voor II.I). cilinders: p 1 /4 KG/cm2. » M.D. » p <*> 1 1.

LD. » / 00 '/« *

De oude theorie, dat voor een stoomspanning P de waarde van p grooter dan of gelijk aan P moest zijn, blijkt dus niet juist. Uit (2) vinden we de spanning in ff in .V:

* phV

o-h = n.

6 2

t Grootst zal de spanning zijn daar waar </ maximum wordt.

=3/1»/-QJ-

Nemen we aan, dat 1 en p gegeven zijn, dan wordt

b

een constante.

Zij ff = 6 KG/111111- (al tamelijk hoog voor gietijzer),

p = KG/cm-, dan wordt * ~ 1000 of , 60 53.

IP - /> 5 '

een waarde, die goed klopt met de in vele handboeken

voorkomende 1 = , of\ b = x °/„ van D.

D 30

De ringetjes behoeven dus niet hoog te zijn, 0111 reeds

Sluiten