Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

»En alle Katholieke tirannen verdrijven!" klonk het van een ander.

»Weg met de Paapsche bloedhonden !" riepen verscheiden stemmen. De menigte, kon men zien, was op de hand der bondgenooten, want, ontevreden en verbitterd, stemde zij gaarne met alles in, wat ook van ontevredenheid getuigde, al werden die kreten uit plannen geboren, veel stouter dan ten minste het meerendeel der zoo toegejuichte edelen koesterde. Enkelen mochten zeker ook tot dat uiterste, tot de wraak bereid zijn, die het getergde volk van hen wachtte, de meest aanzienlijke namen, die van de lippen der omstanders weerklonken, behoorden aan mannen, die alleen wilden, wat hun aanvoerder Brederode bij do overhandiging van hun smeekschrift zou te kennen geven: een regeering welke de bezworen rechten deinatie wilde eerbiedigen en een door vreemden invloed geleide vervolging opgeven, eer bloei en kracht voorgoed uit het land waren geweken. Men had der landvoogdes om een gehoor laten verzoeken, en deze, hoewel aarzelend, had hierin bewilligd; zij wist niet, was aan weigeren of toegeven meer gevaar verbonden? Onrustig en misnoegd wachtte zij den stoet af, die in de stralen tier Aprilzon met opgeheven hoofd, schitterend van licht en kleuren, zoo fier daarheen ging, in 't bewustzijn dat dit een beslissende dag was, maar nog vol illusies over den aard dier beslissing.

Het was in waarheid een dag waarvan de toekomst afhing, want het was de laatste gelegenheid tot een verzoening tusschen bewind en onderdaan, die de tijd zou aanbieden. Nog eens naderden de klachten der natie in smeekenden, eerbiedigen vorm den troon der Majesteit; weldra zou het lluvveelen kleed dezer mannen in een stalen rusting veranderen, en de menigte zou hen alleen als geboeide krijgsgevangenen, als strijders en vluchtelingen, enkelen helaas! ook als afvalligen van de groote zaak weerzien.

Het lot dezer schaar zou zeker afwisseling genoeg bieden, maar het was alleen de afwisseling der smart.

Vooraan de ondernemer en leider van het geheele plan, de kloeke, onstuimige Hendrik van Brederode, de afstammeling der Hollandsche graven op wien zich de oogen der toeschouwers met zooveel voorliefde richtten en die met zooveel minzaamheid hun groet beantwoordde, de echte vertegenwoordiger van den adel dier dagen, openhartig, hoffelijk en vrijgevig, vermetel meer nog dan dapper, uitspattend en hartstochtelijk, een man, die snel het woord sprak en snel de daad volbracht, maar haar gevolgen noch berekenen noch daarvoor staan kon. In zijn hoofd woelden de meest grootsche plannen, zijn droomen waren nog stout genoeg om zelfs de gravenkroon van Holland voor geen onmogelijk bezit te houden, en zijn

Sluiten